Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEABES:2026:12 ECLI:NL:OGEABES:2026:12 AI generated

ECLI:NL:OGEABES:2026:12 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGEABES:2026:12
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SABA EN SINT EUSTATIUS zittingsplaats Bonaire registratienummer: BON202500539 datum beslissing: 28 januari 2026 in de zaak van [verzoeker], wonend te Bonaire, verzoeker, hierna: [verzoeker], procederend in persoon, tegen [gedaagde], wonend te Bonaire, verweerder, hierna: [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het ‘small claim’-modelverzoekschrift met bijlagen is op 17 oktober 2025 op de griffie van dit gerecht ingekomen. 1.2. Omdat [gedaagde] verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen van [verzoeker], is de zaak op grond van artikel 66d van het procesreglement verwezen naar een gewone terechtzitting van dit gerecht.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:97 BW, artikel 6:136 BW, artikel 6:119 BW; ECLI:NL:OGEABES:2026:12 · Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Naar het oordeel van het gerecht kan de schade van [verzoeker] niet gelijk worden gesteld met de prijs die hij voor de auto in 2018 heeft betaald. In de tijd dat [verzoeker] eigenaar is geweest van de auto is de auto minder waard geworden en het is denkbaar dat de auto, zonder de ruiten, een restwaarde vertegenwoordigt. Omdat de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld omdat nieuwe ruiten niet leverbaar zijn op Bonaire, zal het gerecht de schade van [verzoeker] op grond van artikel 6:97 BW BES schatten. De schade van [verzoeker] wordt in redelijkheid geschat op USD 1.000,00 en dat bedrag zal worden toegewezen.

Keywords

AI generated
artikel 6:97 BW artikel 6:136 BW artikel 6:119 BW

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:97 BW
Omdat de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld omdat nieuwe ruiten niet leverbaar zijn op Bonaire, zal het gerecht de schade van [verzoeker] op grond van artikel 6:97 BW BES schatten.
artikel 6:136 BW
Dat is bepaald in artikel 6:136 BW BES.
artikel 6:119 BW
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [verzoeker] van het bedrag van USD 1.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over het toegewezen bedrag, met ingang van 8 juni 2024, tot de dag van volledige betaling; 4.2.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SABA EN SINT EUSTATIUS zittingsplaats Bonaire registratienummer: BON202500539 datum beslissing: 28 januari 2026 in de zaak van [verzoeker], wonend te Bonaire, verzoeker, hierna: [verzoeker], procederend in persoon, tegen [gedaagde], wonend te Bonaire, verweerder, hierna: [gedaagde], procederend in persoon. 1De procedure 1.1. Het ‘small claim’-modelverzoekschrift met bijlagen is op 17 oktober 2025 op de griffie van dit gerecht ingekomen. 1.2. Omdat [gedaagde] verweer heeft gevoerd tegen de vorderingen van [verzoeker], is de zaak op grond van artikel 66d van het procesreglement verwezen naar een gewone terechtzitting van dit gerecht.

Die zitting heeft op 12 januari 2026 plaatsgevonden. [verzoeker] en [gedaagde] zijn verschenen. 1.3. Ten slotte is bepaald dat op 28 januari 2026 uitspraak zal worden gedaan. 2De kern van de zaak 2.1. Partijen zijn verwikkeld in een zakelijk conflict. [gedaagde] heeft na een ruzie op 8 juni 2024 de ruiten van de auto van [verzoeker] ingeslagen. [verzoeker] vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld zijn schade te vergoeden. De vordering van [verzoeker] wordt gedeeltelijk toegewezen. Dat wordt hierna uitgelegd. 3De beoordeling 3.1. Het is niet in geschil dat [gedaagde] de autoruiten van [verzoeker] heeft ingeslagen. [gedaagde] heeft erkend dat hij voor die schade aansprakelijk is. 3.2. [ verzoeker] onderbouwt zijn schade met een factuur van 3 april 2018 van de aanschaf van de auto voor een bedrag van USD 3.200,00 en een factuur van de invoerrechten van de auto voor een bedrag van USD 800,00. [verzoeker] stelt namelijk dat herstel van de auto niet mogelijk is, omdat nieuwe ruiten voor zijn auto niet op Bonaire leverbaar zijn. 3.3.

Naar het oordeel van het gerecht kan de schade van [verzoeker] niet gelijk worden gesteld met de prijs die hij voor de auto in 2018 heeft betaald. In de tijd dat [verzoeker] eigenaar is geweest van de auto is de auto minder waard geworden en het is denkbaar dat de auto, zonder de ruiten, een restwaarde vertegenwoordigt. Omdat de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld omdat nieuwe ruiten niet leverbaar zijn op Bonaire, zal het gerecht de schade van [verzoeker] op grond van artikel 6:97 BW BES schatten. De schade van [verzoeker] wordt in redelijkheid geschat op USD 1.000,00 en dat bedrag zal worden toegewezen.

De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 8 juni 2024. 3.4. [ gedaagde] stelt dat [verzoeker] aan hem nog geld verschuldigd is vanwege de zakelijke activiteiten van partijen. Het gerecht begrijpt dat [gedaagde] zijn schuld aan [verzoeker] wil verrekenen met het bedrag dat [verzoeker] aan hem verschuldigd zou zijn. Maar een beroep op verrekening kan niet worden gehonoreerd als de gegrondheid van het verrekeningsverweer niet eenvoudig is vast te stellen. Dat is bepaald in artikel 6:136 BW BES. Dit is hier het geval. Het zou kunnen zijn dat [verzoeker] nog geld aan [gedaagde] verschuldigd is, maar dat is door [gedaagde] in deze procedure onvoldoende onderbouwd.

Het beroep van [gedaagde] op verrekening wordt daarom afgewezen. 3.5. [ gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [verzoeker] betalen. De proceskosten worden begroot op USD 28,00 aan griffierecht. 3.6. De beslissingen in deze uitspraak worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [verzoeker] dit verzoekt en [gedaagde] daartegen geen verweer heeft gevoerd. Het is het gerecht niet gebleken van omstandigheden aan de zijde van [gedaagde] die zich tegen uitvoerbaar bij voorraadverklaring verzetten. Dit betekent dat de beslissingen in deze uitspraak moeten worden gevolgd, ook als hoger beroep wordt ingesteld tegen deze uitspraak.

De beslissingen in deze uitspraak gelden dan tot de hogere rechter een andere beslissing heeft genomen.

4De beslissing

Het gerecht: 4.1. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [verzoeker] van het bedrag van USD 1.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW BES over het toegewezen bedrag, met ingang van 8 juni 2024, tot de dag van volledige betaling; 4.2. veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verzoeker], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op USD 28,00; 4.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 4.4. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.