ECLI:NL:OGEAA:2026:170 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedVonnis van 29 april 2026 Behorend bij AUA202601014 KG GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [Eiser 1], en [Eiser 2], te Aruba, eisende partijen, hierna gezamenlijk ook te noemen: [eisers], gemachtigden: de advocaten mrs. M. Bemer en C.C.J. Loopstok, tegen: BIRENCO CONSTRUCTION N.V., te Aruba, gedaagde partij, hierna ook te noemen: Birenco, niet verschenen. 1DE PROCEDURE 1.1 [ Eisers] hebben op 1 april 2026 een verzoekschrift met producties ingediend. 1.2 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 10 april 2026.
Legislator headnote
AI generatedartikel 705 Rv; ECLI:NL:OGEAA:2026:170 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Er is thans geen vordering meer waarop het beslag steunt, nu de bodemprocedure is geroyeerd. Het beslag is evident waardeloos en dient op grond van artikel 705 Rv te worden opgeheven. Met het oog op de nadere leveringsdatum bestaat er urgentie bij opheffing van het beslag. 3.3 Birenco heeft geen verweer gevoerd. 4DE BEOORDELING 4.1 Het spoedeisend belang van [eisers] volgt uit de aard van de vordering en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen. 4.2 De vordering is door Birenco niet weersproken en deze komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Vonnis van 29 april 2026 Behorend bij AUA202601014 KG GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van: [Eiser 1], en [Eiser 2], te Aruba, eisende partijen, hierna gezamenlijk ook te noemen: [eisers], gemachtigden: de advocaten mrs. M. Bemer en C.C.J. Loopstok, tegen: BIRENCO CONSTRUCTION N.V., te Aruba, gedaagde partij, hierna ook te noemen: Birenco, niet verschenen. 1DE PROCEDURE 1.1 [ Eisers] hebben op 1 april 2026 een verzoekschrift met producties ingediend. 1.2 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 10 april 2026.
Hierbij waren aanwezig [eiser 1] en [eiser 2], bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. Namens Birenco is, hoewel zij deugdelijk is opgeroepen, niemand verschenen. Tegen haar is verstek verleend. 1.3 Vonnis is nader bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet bestreden alsmede op grond van overgelegde niet bestreden producties staat onder meer het volgende vast tussen partijen. 2.2 [ Eiser 2] is eigenaar van een perceel grond groot 2.321 m2, kadastraal bekend als Land Aruba, Eerste Afdeling sectie B nummer 1218 (hierna: het perceel). 2.3 Op 7 oktober 1997 heeft Birenco conservatoir beslag doen leggen op het perceel.
Op 20 oktober 1997 heeft Birenco bij dit Gerecht een bodemprocedure ingesteld tegen [eisers], die op 9 september 1998 is geroyeerd. 2.4 [ Eisers] hebben het perceel bij overeenkomst van 30 januari 2026 aan derden verkocht. De overeengekomen leveringsdatum van het perceel is 18 mei 2026. 2.5 Het door Birenco gelegde conservatoire beslag staat tot heden ingeschreven in het openbare register van het Kadaster. Birenco staat in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Nijverheid Aruba geregistreerd als ‘inactief’. 3HET GESCHIL 3.1 [ Eisers] vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, opheffing van het door Birenco gelegde conservatoir beslag op het perceel en machtiging tot doorhaling in het openbare register, met veroordeling van Birenco in de proceskosten. 3.2 [ Eisers] leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag.
Er is thans geen vordering meer waarop het beslag steunt, nu de bodemprocedure is geroyeerd. Het beslag is evident waardeloos en dient op grond van artikel 705 Rv te worden opgeheven. Met het oog op de nadere leveringsdatum bestaat er urgentie bij opheffing van het beslag. 3.3 Birenco heeft geen verweer gevoerd. 4DE BEOORDELING 4.1 Het spoedeisend belang van [eisers] volgt uit de aard van de vordering en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen. 4.2 De vordering is door Birenco niet weersproken en deze komt het Gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.
Bovendien dient een belangenafweging tot opheffing van het beslag te leiden. Het beslag is immers gelegd ter verzekering van de in de bodemprocedure ingestelde vordering en met het royement is de rechtsgrond van het beslag komen te vervallen. Birenco heeft daardoor geen rechtens te respecteren belang meer bij het laten voortduren van het beslag. 4.3 [ Eisers] zullen op grond van artikel 513a onder b. Rv jo. artikel 3:17 lid 1 onder e. BW door middel van inschrijving van dit vonnis in de openbare registers zelfstandig de doorhaling van het beslag kunnen bewerkstelligen.
Deze bepalingen en de reikwijdte van de gevorderde machtiging tot doorhaling zijn ter zitting besproken. Zekerheidshalve, louter ter voorkoming van eventuele onduidelijkheden bij de doorhaling die tot vertraging zouden kunnen leiden, zal het Gerecht de verzochte machtiging van het beslag geven als na te melden. 4.4 Birenco zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eisers], tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 222,-- + 432,-- =) Afl. 1.104,-- aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 1.000,-- aan gemachtigdensalaris. 5DE UITSPRAAK Het Gerecht, recht doende in kort geding bij verstek: 5.1 heft op het op 7 oktober 1997 door Birenco gelegde conservatoire beslag op het perceel grond, kadastraal bekend als Land Aruba, Eerste Afdeling sectie B nummer 1218; 5.2 machtigt [eisers] en de bewaarder van de openbare registers om bovenbedoeld beslag door te (laten) halen in het daarvoor bestemde register van het Kadaster van Aruba; 5.3 veroordeelt Birenco in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eisers], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 2.104,--; 5.4 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 29 april 2026 in aanwezigheid van de griffier. Gevorderd is machtiging van [eisers]; ter zitting is besproken dat zekerheidshalve ook de bewaarder wordt gemachtigd en dat het Gerecht de vordering aldus begrijpt.