Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2026:142 ECLI:NL:OGEAA:2026:142 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2026:142 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2026:142
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 22 april 2026 Behorend bij AUA202503961 EJ GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [Appellante], te Aruba, appellante, hierna te noemen: [appellante], procederend in persoon, tegen: [Geïntimeerde], te Aruba, geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:  het beroepschrift, ingediend op 27 november 2025;  de behandeling van de zaak ter zitting van 3 maart 2026. 1.2 Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen [appellante] en [geïntimeerde] in persoon, bijgestaan door de heer [schoonzoon van geïntimeerde] (schoonzoon van [geïntimeerde]). 1.3 Beschikking is bepaald op vandaag. 2DE FEITEN 2.1 [ Appellante] is eigenaar van de woning gelegen te [adres] te Aruba (hierna: het gehuurde). 2.2 [ Geïntimeerde] huurt het gehuurde van [appellante] sinds 1 oktober 2023 tegen een maandelijkse huurprijs van Afl. 1.400,-. 2.3 [ Appellante] heeft op 2 oktober 2025 bij de Huurcommissie van Aruba (hierna: de Huurcommissie) een verzoek ingediend tot het verlenen van toestemming voor de opzegging van de huurovereenkomst. 2.4 Bij beschikking van 7 november 2025 heeft de Huurcommissie, met zaaknummer HOP/2025/196, het verzoek van [appellante] afgewezen. 3HET BEROEP 3.1 [ Appellante] verzoekt – zo het Gerecht begrijpt – de beschikking te vernietigen en toestemming om de huurovereenkomst te mogen opzeggen. 3.2 [ Appellante] legt aan haar beroep ten grondslag dat [geïntimeerde] de huur structureel te laat betaalt en dat zij het gehuurde vervuilt en dat zij bovendien nodig heeft voor renovatie. 3.3 [ Geïntimeerde] heeft ter zitting verweer gevoerd. 3.4 Voorzover van belang voor de uitspraak worden de argumenten van partijen hierna besproken. 4DE BEOORDELING 4.1 Het Gerecht stelt vast dat [appellante] binnen de daartoe gestelde wettelijke termijn beroep tegen de beschikking heeft ingesteld. [Appellante] is daarom ontvankelijk in haar verzoek. 4.2 [ Appellante] legt twee tekortkomingen aan haar beroep tot het opzeggen van de huurovereenkomst ten grondslag, te weten huurachterstand en slecht huurderschap.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2026:142 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 22 april 2026 Behorend bij AUA202503961 EJ GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: [Appellante], te Aruba, appellante, hierna te noemen: [appellante], procederend in persoon, tegen: [Geïntimeerde], te Aruba, geïntimeerde, hierna te noemen: [geïntimeerde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:  het beroepschrift, ingediend op 27 november 2025;  de behandeling van de zaak ter zitting van 3 maart 2026. 1.2 Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschenen [appellante] en [geïntimeerde] in persoon, bijgestaan door de heer [schoonzoon van geïntimeerde] (schoonzoon van [geïntimeerde]). 1.3 Beschikking is bepaald op vandaag. 2DE FEITEN 2.1 [ Appellante] is eigenaar van de woning gelegen te [adres] te Aruba (hierna: het gehuurde). 2.2 [ Geïntimeerde] huurt het gehuurde van [appellante] sinds 1 oktober 2023 tegen een maandelijkse huurprijs van Afl. 1.400,-. 2.3 [ Appellante] heeft op 2 oktober 2025 bij de Huurcommissie van Aruba (hierna: de Huurcommissie) een verzoek ingediend tot het verlenen van toestemming voor de opzegging van de huurovereenkomst. 2.4 Bij beschikking van 7 november 2025 heeft de Huurcommissie, met zaaknummer HOP/2025/196, het verzoek van [appellante] afgewezen. 3HET BEROEP 3.1 [ Appellante] verzoekt – zo het Gerecht begrijpt – de beschikking te vernietigen en toestemming om de huurovereenkomst te mogen opzeggen. 3.2 [ Appellante] legt aan haar beroep ten grondslag dat [geïntimeerde] de huur structureel te laat betaalt en dat zij het gehuurde vervuilt en dat zij bovendien nodig heeft voor renovatie. 3.3 [ Geïntimeerde] heeft ter zitting verweer gevoerd. 3.4 Voorzover van belang voor de uitspraak worden de argumenten van partijen hierna besproken. 4DE BEOORDELING 4.1 Het Gerecht stelt vast dat [appellante] binnen de daartoe gestelde wettelijke termijn beroep tegen de beschikking heeft ingesteld. [Appellante] is daarom ontvankelijk in haar verzoek. 4.2 [ Appellante] legt twee tekortkomingen aan haar beroep tot het opzeggen van de huurovereenkomst ten grondslag, te weten huurachterstand en slecht huurderschap.

Daarnaast voert zij aan dat zij het gehuurde nodig heeft om het te kunnen renoveren. Het Gerecht zal hierna afzonderlijk bespreken. 4.3 Ter zitting is gebleken dat geen sprake is van een huurachterstand, maar dat [geïntimeerde] de huur pas laat in de avond betaalt waaraan [appellante] zich ergert. Het Gerecht is daarom van oordeel dat hierin geen tekortkoming kan worden gezien die de opzegging van de huurovereenkomst rechtvaardigt. [Geïntimeerde] wordt er wel op gewezen dat het correct is de huur gedurende kantooruren te betalen. 4.4 Wat betreft het slecht huurderschap overweegt het Gerecht overweegt dat uit de overgelegde afbeeldingen blijkt dat het gehuurde inderdaad enige vervuiling vertoont, maar dat dit alleen onvoldoende is om te concluderen dat sprake is van slecht huurderschap. 4.5 Ten slotte heeft [appellante] renovatie van het gehuurde aangevoerd als grond voor opzegging van de huurovereenkomst.

Het Gerecht laat deze grond echter buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde. In de eerste plaats omdat [appellante] deze niet eerder bij de Huurcommissie heeft aangevoerd. Bovendien heeft [appellante] dit op de mondelinge behandeling bij het Gerecht voor het eerst aangevoerd zodat [geïntimeerde] zich daarop niet heeft kunnen voorbereiden. 4.6 Nu geen sprake is van een huurachterstand en evenmin van strijd met goed huurderschap, zal het beroep van [appellante] worden afgewezen. 4.8 [ Appellante] zal zij, als de in het ongelijk gestelde partij, warden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [geïntimeerde], tot aan deze uitspraak begroot op nihil, omdat zij geen gemachtigde heeft ingeschakeld. 5DE BESLISSING Het Gerecht: 5.1 verklaart het beroep van [appellante] tegen de beschikking van de Huurcommissie van 7 november 2025, met zaaknummer HOP/2025/196, ongegrond en bevestigt die beschikking 5.2 veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure aan de zijde van [geïntimeerde] tot op heden begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.