Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2025:235 ECLI:NL:OGEAA:2025:235 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2025:235 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2025:235
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

verzoeker in detail te informeren over de aard en oorzaak van de beschuldigingen tegen hem, inclusief de concrete beschuldigingen waarop het vermeende strafbare handelen is gebaseerd; niet later dan 23 augustus 2025, dan wel binnen een goede justitie te bepalen termijn, ten aanzien van verzoeker een vervolgingsbeslissing te nemen. 1.2. De beschikking is bepaald op heden. 2BEOORDELING 2.1. Ingevolge artikel 43 lid 1 Sv kan in alle gevallen waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en daaromtrent in geen wettelijke regeling is voorzien, een verzoek om zodanige voorziening in een strafvorderlijk kort geding worden gedaan door de verdachte of degene die daarbij een rechtstreeks hem bepaaldelijk aangaand belang heeft.

Legislator headnote

AI generated

artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering, artikel 43 Sv, artikel 43 lid 1 Sv, artikel 43 lid 4 Sv; ECLI:NL:OGEAA:2025:235 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: 1.2. De beschikking is bepaald op heden. 2BEOORDELING 2.1. Ingevolge artikel 43 lid 1 Sv kan in alle gevallen waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en daaromtrent in geen wettelijke regeling is voorzien, een verzoek om zodanige voorziening in een strafvorderlijk kort geding worden gedaan door de verdachte of degene die daarbij een rechtstreeks hem bepaaldelijk aangaand belang heeft.

Keywords

AI generated
artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering artikel 43 Sv artikel 43 lid 1 Sv artikel 43 lid 4 Sv

Cited Legislation

AI generated
artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering
artikel 43 Sv
Op 12 augustus 2025 is namens verzoeker bij het Gerecht een verzoek op grond van artikel 43 Sv ingediend.
artikel 43 lid 1 Sv
artikel 43 lid 4 Sv
Ingevolge artikel 43 lid 4 Sv wijst de rechter, indien hij aanstonds van oordeel is dat degene die het verzoek of de vordering heeft gedaan niet-ontvankelijk is of dat elke redelijke grond aan het verzoek of de vordering ontbreekt, zonder nader onderzoek en met eenvoudige redengeving de gevraagde voorziening af.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Zaaknummer: 51 van 2025 Datum beschikking: 15 augustus 2025 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING IN STRAFVORDERLIJK KORT GEDING gegeven op het verzoek op grond van artikel 43 van het Wetboek van Strafvordering van Aruba (Sv) van: [Verzoeker], te [woonplaats], hierna ook te noemen: verzoeker, gemachtigden: de raadslieden mrs. D.G. Croes en D.L. Emerencia, tegen: het Openbaar Ministerie van het Land Aruba, zetelende in Aruba. 1DE PROCEDURE 1.1. Op 12 augustus 2025 is namens verzoeker bij het Gerecht een verzoek op grond van artikel 43 Sv ingediend. Dit verzoek strekt ertoe het openbaar ministerie te gebieden:

1. verzoeker in detail te informeren over de aard en oorzaak van de beschuldigingen tegen hem, inclusief de concrete beschuldigingen waarop het vermeende strafbare handelen is gebaseerd;

2) niet later dan 23 augustus 2025, dan wel binnen een goede justitie te bepalen termijn, ten aanzien van verzoeker een vervolgingsbeslissing te nemen. 1.2. De beschikking is bepaald op heden. 2BEOORDELING 2.1. Ingevolge artikel 43 lid 1 Sv kan in alle gevallen waarin het belang van een goede strafrechtsbedeling een voorziening dringend noodzakelijk maakt en daaromtrent in geen wettelijke regeling is voorzien, een verzoek om zodanige voorziening in een strafvorderlijk kort geding worden gedaan door de verdachte of degene die daarbij een rechtstreeks hem bepaaldelijk aangaand belang heeft.

Ingevolge artikel 43 lid 4 Sv wijst de rechter, indien hij aanstonds van oordeel is dat degene die het verzoek of de vordering heeft gedaan niet-ontvankelijk is of dat elke redelijke grond aan het verzoek of de vordering ontbreekt, zonder nader onderzoek en met eenvoudige redengeving de gevraagde voorziening af. In dit kader overweegt het Gerecht het volgende. 2.2. Verzoeker heeft op 15 juli 2025 (nagenoeg) gelijkluidende verzoeken met dezelfde strekking bij het Gerecht ingediend, welke verzoeken het Gerecht bij beschikking van 17 juli 2025 met toepassing van het bepaalde in artikel 43 lid 4 Sv heeft afgewezen. 2.3.

Het door verzoeker tegen deze beschikking ingestelde hoger beroep is door het Hof bij beschikking van 8 augustus 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Hiermee is de beschikking van het Gerecht van 17 juli 2025 onherroepelijk geworden. 2.4. Het voorgaande betekent dat het Gerecht reeds onherroepelijk heeft beslist op de verzoeken die verzoeker thans opnieuw voorlegt. Het Gerecht is bij die stand van zaken van oordeel dat de door verzoeker gevraagde voorziening gelet op het belang van een goede strafrechtsbedeling niet dringend noodzakelijk is. Het betreft in feite een verkapt appel tegen de eerdere afwijzing daarvan en daarvoor is artikel 43 Sv niet bedoeld. 2.5.

Gelet op het voorgaande is de rechter aanstonds van oordeel dat aan de verzoeken elke redelijke grond ontbreekt. Gelet hierop zal de rechter de verzoeken zonder nader onderzoek afwijzen, zoals voorgeschreven in artikel 43 lid 4 Sv. 3DE BESLISSING Het Gerecht wijst de verzoeken af. Deze beschikking is gegeven in raadkamer op 15 augustus door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit Gerecht, in aanwezigheid van mr. J. van der Vegte, griffier.