ECLI:NL:OGEAA:2023:136 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedVonnis van 10 mei 2023 Behorend bij AR nr. AUA202102284 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [naam eiser], wonende te Aruba, eiser, hierna ook te noemen: de man, gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart, tegen: [naam gedaagde], wonende te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: de vrouw, gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg. 1DE VERDERE PROCEDURE 1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 mei 2022 en de daarin genoemde stukken; - de door beide partijen overgelegde nadere producties. 1.2 Bij voormeld tussenvonnis van 11 mei 2022 is een comparitie van partijen bepaald die heeft plaatsgevonden op 27 juni 2022.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGEAA:2023:136 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: AUA202102284 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [naam eiser], wonende te Aruba, eiser, hierna ook te noemen: de man, gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart, tegen: [naam gedaagde], wonende te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: de vrouw, gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg. 1DE VERDERE PROCEDURE 1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 mei 2022 en de daarin genoemde stukken; - de door beide partijen overgelegde nadere producties. 1.2 Bij voormeld tussenvonnis van 11 mei 2022 is een comparitie van partijen bepaald die heeft plaatsgevonden op 27 juni 2022.
Full text
Vonnis van 10 mei 2023 Behorend bij AR nr. AUA202102284 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [naam eiser], wonende te Aruba, eiser, hierna ook te noemen: de man, gemachtigde: de advocaat mr. C.J. Hart, tegen: [naam gedaagde], wonende te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: de vrouw, gemachtigde: de advocaat mr. M.M. Malmberg. 1DE VERDERE PROCEDURE 1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 mei 2022 en de daarin genoemde stukken; - de door beide partijen overgelegde nadere producties. 1.2 Bij voormeld tussenvonnis van 11 mei 2022 is een comparitie van partijen bepaald die heeft plaatsgevonden op 27 juni 2022.
Partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden voornoemd. Allen hebben het woord gevoerd, vragen van het Gerecht beantwoord en op elkaars stellingen kunnen reageren. 1.3 Naar aanleiding van de zitting hebben partijen onderling overleg gevoerd. Bij bericht van 27 maart 2023 is door partijen bericht dat zij een regeling hebben bereikt die in een door partijen ondertekende vaststellingsovereenkomst is neergelegd en is verzocht deze overeenkomst op te nemen in een vonnis of proces-verbaal. 1.4 Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Zoals in het tussenvonnis is overwogen, waren partijen in gemeenschap van goederen gehuwd en is hun huwelijk op 21 september 2020 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 31 augustus 2020 in de daartoe bestemde registers. 2.2 Bij op 21 maart 2023 door partijen ondertekende ‘Verdelingsovereenkomst’ hebben partijen afspraken gemaakt over de verdeling van de tussen hen bestaande, ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.
Deze overeenkomst is aan dit vonnis gehecht en maakt hiervan onderdeel uit. 2.3 Omdat partijen overeenstemming hebben bereikt over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap zoals neergelegd in de aangehechte overeenkomst, zal het Gerecht, gelet op die overeenstemming en op het verzoek van partijen van 27 maart 2023, beslissen als volgt. 2.4 De aard van de procedure brengt mee dat de proceskosten worden gecompenseerd, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3DE UITSPRAAK Het Gerecht: 3.1 verleent de vrouw toestemming kosteloos te procederen; 3.2 stelt vast dat partijen ter zake van de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap zijn overeengekomen zoals in de aangehechte overeenkomst is neergelegd; 3.3 compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt; 3.9 wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 10 mei 2023 in aanwezigheid van de griffier.