Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2021:239 ECLI:NL:OGEAA:2021:239 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2021:239 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2021:239
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 7 april 2021 Lar nr. AUA202100473 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA DE UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoekster], verblijvend in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigde: drs. M. Hassell, gericht tegen: de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M. van Wilgen (DIMAS). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 11 februari 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel gezinshereniging, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2021:239 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: AUA202100473 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA DE UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoekster], verblijvend in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigde: drs. M. Hassell, gericht tegen: de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M. van Wilgen (DIMAS). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 11 februari 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel gezinshereniging, afgewezen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 7 april 2021 Lar nr. AUA202100473 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA DE UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [Verzoekster], verblijvend in Aruba, VERZOEKSTER, gemachtigde: drs. M. Hassell, gericht tegen: de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. M. van Wilgen (DIMAS). PROCESVERLOOP Bij beschikking van 11 februari 2021 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf met als doel gezinshereniging, afgewezen.

Hiertegen heeft verzoekster op 12 februari 2021 bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoekster zich op 12 februari 2021 tot het gerecht gewend met het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Op 22 maart 2021 heeft verzoekster nadere stukken ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 24 maart 2021, alwaar zijn verschenen verzoekster bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd, en verweerder bij zijn gemachtigde voornoemd. De uitspraak is bepaald op heden. OVERWEGINGEN Het wettelijk kader 1.1 Ingevolge artikel 54, eerste lid, van de Lar, kan, indien krachtens deze landsverordening een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is, de indiener daarvan aan het gerecht verzoeken om de bestreden beschikking onderscheidenlijk beslissing op het bezwaarschrift te schorsen op grond, dat de uitvoering daarvan voor betrokkene een onevenredig nadeel met zich zou brengen in verhouding tot het door een onmiddellijke uitvoering daarvan te dienen belang. 1.2 Ingevolge het tweede lid kan ter voorkoming van nadeel als bedoeld in het eerste lid, op het verzoek van de indiener ook een voorlopige voorziening worden getroffen.

Het verzoek 2. Het verzoek strekt tot het treffen van een voorlopige voorziening inhoudende dat verzoekster de beslissing op het bezwaar van 12 februari 2021 in Aruba mag afwachten. Het spoedeisend belang 3. Verweerder heeft ter zitting onweersproken te kennen gegeven dat hij het beleid voert dat vreemdelingen die gehuwd zijn met een persoon aan wie een verblijfsvergunning voor onbepaalde is verleend, de beslissing op het tegen de afwijzing van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning gemaakte bezwaar in Aruba mogen afwachten. De echtgenoot van verzoekster is in het bezit van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, zodat verzoekster de beslissing op het bezwaar van 12 februari 2021 in Aruba mag afwachten, aldus verweerder.

4. Onder deze omstandigheden valt niet in te zien dat de door verzoekster gestelde belangen zodanig spoedeisend zijn, dat de aldus door verweerder te geven beschikking niet kan worden afgewacht. Gelet hierop, zal het verzoek worden afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De rechter in dit gerecht: - wijst het verzoek af. Deze beslissing is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 april 2021 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.