Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2020:91 ECLI:NL:OGEAA:2020:91 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2020:91 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2020:91
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 3 maart 2020 behorend bij EJ nr. AUA201904244 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen DE VOOGDIJRAAD, gevestigd in Aruba, verzoeker, vertegenwoordigd. en [Naam vader], wonende in Aruba, verweerder, hierna te noemen de vader, procederende in persoon. Belanghebbende: [Naam moeder], de moeder. 1DE PROCEDURE 1.1 De procedure blijkt uit: het verzoekschrift met producties, de mondelinge behandeling ter zitting van 18 februari 2020, waar zijn verschenen, [naam medewerker voogdijraad] namens de Voogdijraad en de ouders in persoon. 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN Uit de moeder is op [geboortedatum] 2006 in Aruba geboren de minderjarige [naam minderjarige 1] en op [geboortedatum] 2012 in Aruba geboren de minderjarigen [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 2] (hierna: de minderjarigen).

Legislator headnote

AI generated

Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:OGEAA:2020:91 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 Ter zitting heeft de vader gesteld in staat te zijn de door de moeder verzochte bedragen te kunnen betalen en heeft hij tevens aangegeven akkoord te gaan met het verzoek van de moeder.

Keywords

AI generated
Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek

Cited Legislation

AI generated
Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 3 maart 2020 behorend bij EJ nr. AUA201904244 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen DE VOOGDIJRAAD, gevestigd in Aruba, verzoeker, vertegenwoordigd. en [Naam vader], wonende in Aruba, verweerder, hierna te noemen de vader, procederende in persoon. Belanghebbende: [Naam moeder], de moeder. 1DE PROCEDURE 1.1 De procedure blijkt uit: het verzoekschrift met producties, de mondelinge behandeling ter zitting van 18 februari 2020, waar zijn verschenen, [naam medewerker voogdijraad] namens de Voogdijraad en de ouders in persoon. 1.2 De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN Uit de moeder is op [geboortedatum] 2006 in Aruba geboren de minderjarige [naam minderjarige 1] en op [geboortedatum] 2012 in Aruba geboren de minderjarigen [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 2] (hierna: de minderjarigen).

De vader heeft de minderjarigen erkend. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader om, ingaande 1 januari 2020, ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige 1] een bedrag van Afl. 340,-- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad, te betalen en om ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarigen [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3] een bedrag van Afl. 375,-- per kind per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad, te betalen. Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet. 4DE BEOORDELING 4.1 Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen.

Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 Ter zitting heeft de vader gesteld in staat te zijn de door de moeder verzochte bedragen te kunnen betalen en heeft hij tevens aangegeven akkoord te gaan met het verzoek van de moeder.

Het Gerecht zal gelet hierop het verzoek van de moeder toewijzen zoals zij dat heeft verzocht. 4.3 Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 5DE BESLISSING Het gerecht: bepaalt de bijdrage van de vader, [naam vader], met ingang van 1 januari 2020 en telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad, in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige [naam minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2006 in Aruba op Afl. 340,-- per maand en de minderjarigen [naam minderjarige 2] en [naam minderjarige 3], beide geboren op [geboortedatum] 2012 in Aruba op Afl. 375,-- per kind per maand. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, Deze beschikking is gegeven door mr.

J.M.J. Keltjens, rechter in dit gerecht, en in het openbaar uitgesproken ter zitting van dinsdag 3 maar 2020, in aanwezigheid van de griffier.