Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2019:754 ECLI:NL:OGEAA:2019:754 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:754 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2019:754
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 12 november 2019 behorend bij EJ nr. AUA201902248 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [Verzoekster 1], de grootmoeder, en [Verzoekster 2], de moeder, wonende in Aruba, VERZOEKERS, verschenen in persoon. Belanghebbende: [Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba, de minderjarige. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 5 juli 2019; de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 1 oktober 2019, alwaar verzoekers in persoon zijn verschenen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:OGEAA:2019:754 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: AUA201902248 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [Verzoekster 1], de grootmoeder, en [Verzoekster 2], de moeder, wonende in Aruba, VERZOEKERS, verschenen in persoon. Belanghebbende: [Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba, de minderjarige. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 5 juli 2019; de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 1 oktober 2019, alwaar verzoekers in persoon zijn verschenen.

Keywords

AI generated
artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek
4DE OVERWEGINGEN 4.1 Ingevolge artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) benoemt de rechter een voogd over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan, en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 12 november 2019 behorend bij EJ nr. AUA201902248 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [Verzoekster 1], de grootmoeder, en [Verzoekster 2], de moeder, wonende in Aruba, VERZOEKERS, verschenen in persoon. Belanghebbende: [Minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2013 in Aruba, de minderjarige. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 5 juli 2019; de mondelinge behandeling ter zitting met gesloten deuren van 1 oktober 2019, alwaar verzoekers in persoon zijn verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Ten aanzien van de minderjarige staat alleen het moederschap vast. De moeder is niet onbevoegd tot het gezag, zodat zij van rechtswege het ouderlijk gezag over de minderjarige alleen uitoefent. 2.2 De moeder, van Colombiaanse nationaliteit, heeft een vergunning tot tijdelijk verblijf om alhier als inwonende dienstbode werkzaam te zijn bij de werkgever. De minderjarige woont bij de grootmoeder. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot het belasten van de grootmoeder met de voogdij over de minderjarige. Daartoe wordt gesteld dat de minderjarige niet bij de moeder mag wonen, en dat de moeder niet voor de minderjarige kan zorgen noch een verblijfsvergunning voor hem kan regelen. 4DE OVERWEGINGEN 4.1 Ingevolge artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) benoemt de rechter een voogd over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan, en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien. 4.2 In deze staat vast dat de moeder het ouderlijk gezag over de minderjarige alleen uitoefent.

Gesteld noch gebleken is dat de moeder in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, zodat haar gezag niet is geschorst. Evenmin is gebleken dat de moeder ongeschikt of onmachtig is haar plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen, zodat er geen aanleiding is om haar van het gezag te ontheffen. Tenslotte is niet gebleken dat er aanleiding bestaat om de moeder van het gezag te ontzetten. Dat de vreemdelingenwetgeving er aan in de weg staat dat de moeder, vanwege haar verblijfsstatus als inwonende dienstbode, een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor de minderjarige indient, is onvoldoende om aan te nemen dat zij het gezag niet kan uitoefenen. 4.3 Gelet hierop en op het verhandelde ter zitting is het gerecht van oordeel dat het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter bij dit gerecht, en op 12 november 2019 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.