ECLI:NL:OGEAA:2019:517 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedVonnis van 5 juni 2019 Behorend bij A.R. AUA201701340 AR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISERES], te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: [Eiseres], gemachtigde: mr. H.F. Falconi, tegen: NAGICO ARUBA N.V. h.o.d.n. NAGICO ARUBA, te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Nagico, gemachtigden: mrs. E.A.Th. Kuster en A.I.N. Fräser. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 oktober 2018; - de akte van [eiseres]; - de antwoordakte van Nagico. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING VAN HET GESCHIL 2.1 Het Gerecht blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 10 oktober 2018.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGEAA:2019:517 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: AUA201701340 AR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISERES], te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: [Eiseres], gemachtigde: mr. H.F. Falconi, tegen: NAGICO ARUBA N.V. h.o.d.n. NAGICO ARUBA, te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Nagico, gemachtigden: mrs. E.A.Th. Kuster en A.I.N. Fräser. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 oktober 2018; - de akte van [eiseres]; - de antwoordakte van Nagico. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING VAN HET GESCHIL 2.1 Het Gerecht blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 10 oktober 2018.
Full text
Vonnis van 5 juni 2019 Behorend bij A.R. AUA201701340 AR GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISERES], te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: [Eiseres], gemachtigde: mr. H.F. Falconi, tegen: NAGICO ARUBA N.V. h.o.d.n. NAGICO ARUBA, te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Nagico, gemachtigden: mrs. E.A.Th. Kuster en A.I.N. Fräser. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 oktober 2018; - de akte van [eiseres]; - de antwoordakte van Nagico. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING VAN HET GESCHIL 2.1 Het Gerecht blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 10 oktober 2018.
In dat vonnis is [eiseres] in de gelegenheid gesteld om tegenbewijs te leveren tegen het aangenomen vermoeden dat [eiseres] ten tijde van het ongeval van 20 december 2016 onder zodanige invloed van alcohol was, dat zij niet meer tot het besturen van een auto in staat was. 2.2 [ Eiseres] heeft in haar akte slechts aangegeven dat zij het niet eens is met bedoeld vonnis, maar heeft geen feiten of omstandigheden gesteld, laat staan bewijs daarvan aangedragen, dat het vermoeden ontzenuwt. Frappant acht het Gerecht dat zij stelt dat in het ziekenhuis wel haar bloed is onderzocht, maar dat zij de uitslag van dat onderzoek niet in het geding heeft gebracht.
Het Gerecht treedt niet in de afweging die [eiseres] maakt, maar moet slechts concluderen dat [eiseres] geen tegenbewijs heeft geleverd, zodat het vermoeden niet is aangetast. Dit heeft tot gevolg dat Nagico terecht uitkering aan [eiseres] heeft geweigerd, en de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen en dat zij in de proceskosten moet worden veroordeeld. 3DE UITSPRAAK Het Gerecht: wijst het gevorderde af; veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van Nagico worden begroot op Afl. 2.500,- aan salaris van de gemachtigde; verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 5 juni 2019 in aanwezigheid van de griffier.