Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2019:421 ECLI:NL:OGEAA:2019:421 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:421 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2019:421
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rolbeschikking van 12 juni 2019 Behorend bij A.R. no. AUA201900485 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA ROLBESCHIKKING in de zaak van: [Naam eiser], wonende in Aruba, voor deze zaak gedomicilieerd te [plaats] [(Buitenland) ten kantore van ZIJN in [buitenland] gevestigde hierna genoemde advocaat, eiser, hierna ook te noemen: [naam eiser], gemachtigde: de advocaat mr. J. Oerlemans, tegen: de besloten vennootschap [Gedaagde I], tevens h.o.d.n. [naam B.V.], gevestigd in Aruba, hierna ook te noemen: [gedaagde I] en: [Gedaagde II], wonende in Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde II], gedaagden, hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagde I en II], gemachtigde: de advocaat mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:421 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: no. AUA201900485 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA ROLBESCHIKKING in de zaak van: [Naam eiser], wonende in Aruba, voor deze zaak gedomicilieerd te [plaats] [(Buitenland) ten kantore van ZIJN in [buitenland] gevestigde hierna genoemde advocaat, eiser, hierna ook te noemen: [naam eiser], gemachtigde: de advocaat mr. J. Oerlemans, tegen: de besloten vennootschap [Gedaagde I], tevens h.o.d.n. [naam B.V.], gevestigd in Aruba, hierna ook te noemen: [gedaagde I] en: [Gedaagde II], wonende in Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde II], gedaagden, hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagde I en II], gemachtigde: de advocaat mr.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rolbeschikking van 12 juni 2019 Behorend bij A.R. no. AUA201900485 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA ROLBESCHIKKING in de zaak van: [Naam eiser], wonende in Aruba, voor deze zaak gedomicilieerd te [plaats] [(Buitenland) ten kantore van ZIJN in [buitenland] gevestigde hierna genoemde advocaat, eiser, hierna ook te noemen: [naam eiser], gemachtigde: de advocaat mr. J. Oerlemans, tegen: de besloten vennootschap [Gedaagde I], tevens h.o.d.n. [naam B.V.], gevestigd in Aruba, hierna ook te noemen: [gedaagde I] en: [Gedaagde II], wonende in Aruba, hierna ook te noemen: [Gedaagde II], gedaagden, hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagde I en II], gemachtigde: de advocaat mr.

D.G. Kock. 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Het procesverloop blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -de door [gedaagden I en II] zogenoemde “Incidentele conclusie/Exceptief verweer”, met één productie. 1.2 Rolbeschikking is bepaald op heden. 2DE BEOORDELING 2.1 De door [gedaagden I en II] in hun “Incidentele conclusie/Exceptief verweer” opgeworpen exceptieve weren brengen naar het oordeel van het Gerecht niet mee dat sprake is van een incident in de lopende hoofdzaak. Bedoelde weren hadden vooropgesteld opgeworpen moeten worden in de door [gedaagden I en II] te nemen conclusie van antwoord teneinde die in die hoofdzaak, in beginsel nadat die is uitgeprocedeerd, als eerste te bespreken. 2.2 Mede gelet op het niet geringe financiële belang dat gemoeid gaat met deze zaak zal het Gerecht [gedaagden I en II] billijkheidshalve in de gelegenheid stellen om alsnog, maar dan wel onder ambtshalve peremptoirstelling (P-1), van antwoord te dienen als na te melden.

Daarna komt de zaak weer voor rolbeschikking te staan, ter beantwoording van de vraag of er al dan niet gecompareerd gaat worden na antwoord. 2.3 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3DE UITSPRAAK Het Gerecht: -stelt [gedaagden I en II] in de gelegenheid om alsnog van antwoord te dienen, en verwijst de zaak daartoe (in verband met het reces) naar de rolzitting van woensdag 21 augustus 2019, ambtshalve peremptoir (P-1); -houdt iedere verdere beslissing aan. Deze rolbeschikking is gegeven door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 juni 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.