Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2019:397 ECLI:NL:OGEAA:2019:397 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:397 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2019:397
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 2 juli 2019 Behorend bij EJ nr. AUA201804118 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: 1[VERZOEKSTER 1], wonende in Aruba, [adres], hierna te noemen: de grootmoeder mz, en 2. [VERZOEKSTER 2], wonende in Aruba, [adres 1] thans feitelijk te [adres 2], hierna te noemen: de moeder, VERZOEKSTERS, procederend in persoon. Belanghebbende: [Naam minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 21 december 2018, de mondelinge behandeling van 7 mei 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen de grootmoeder mz en de moeder in persoon.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:OGEAA:2019:397 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: AUA201804118 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: 1[VERZOEKSTER 1], wonende in Aruba, [adres], hierna te noemen: de grootmoeder mz, en 2. [VERZOEKSTER 2], wonende in Aruba, [adres 1] thans feitelijk te [adres 2], hierna te noemen: de moeder, VERZOEKSTERS, procederend in persoon. Belanghebbende: [Naam minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 21 december 2018, de mondelinge behandeling van 7 mei 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen de grootmoeder mz en de moeder in persoon.

Keywords

AI generated
artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek
4DE BEOORDELING 4.1 Ingevolge artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) benoemt de rechter een voogd over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan, en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 2 juli 2019 Behorend bij EJ nr. AUA201804118 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: 1[VERZOEKSTER 1], wonende in Aruba, [adres], hierna te noemen: de grootmoeder mz, en 2. [VERZOEKSTER 2], wonende in Aruba, [adres 1] thans feitelijk te [adres 2], hierna te noemen: de moeder, VERZOEKSTERS, procederend in persoon. Belanghebbende: [Naam minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 21 december 2018, de mondelinge behandeling van 7 mei 2019, waaruit blijkt dat zijn verschenen de grootmoeder mz en de moeder in persoon.

Namens de Voogdijraad was aanwezig [naam vertegenwoordiger]. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 De minderjarige voornoemd is op [geboortedatum] 2011 in Aruba geboren uit de moeder. De minderjarige is niet erkend. De moeder oefent het gezag over de minderjarige alleen uit. 2.2 De minderjarige staat alhier niet ingeschreven in het bevolkingsregister. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt – naar het gerecht begrijpt - ertoe dat de grootmoeder mz belast wordt met de voogdij over de minderjarige. Ter onderbouwing van het verzoek hebben verzoeksters aangevoerd dat de moeder niet in het bezit is van een vergunning om alhier te mogen verblijven, zodat zij de verblijfstatus van de minderjarige hier te lande niet kan regelen. 4DE BEOORDELING 4.1 Ingevolge artikel 1:295 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BWA) benoemt de rechter een voogd over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan, en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien. 4.2 In deze staat vast dat de moeder het ouderlijk gezag over de minderjarige alleen uitoefent.

Gesteld noch gebleken is dat de moeder in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, dan wel daartoe ongeschikt of onmachtig is. Dat de moeder, vanwege haar eigen verblijfstatus hier te lande, de verblijfstatus van de minderjarige niet kan regelen, is onvoldoende om aan te nemen dat zij het gezag niet kan uitoefenen. 4.3 Gelet hierop en op het verhandelde ter zitting is het gerecht van oordeel dat het verzoek niet voor inwilliging vatbaar is. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven op dinsdag 2 juli 2019 door de rechter mr.

J.J. Verhoeven in tegenwoordigheid van de griffier.