Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2019:361 ECLI:NL:OGEAA:2019:361 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:361 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2019:361
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 10 juni 2019 Lar nr. AUA201801040 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellante], wonende in Aruba, Appellante, gemachtigde: drs. M.L. Hassell, gericht tegen: de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu, zetelende in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Bij brief van 13 december 2017 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen de voorlopige toelating tot Aruba (VTA). Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 17 april 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:361 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: AUA201801040 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellante], wonende in Aruba, Appellante, gemachtigde: drs. M.L. Hassell, gericht tegen: de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu, zetelende in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Bij brief van 13 december 2017 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen de voorlopige toelating tot Aruba (VTA). Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 17 april 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 10 juni 2019 Lar nr. AUA201801040 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellante], wonende in Aruba, Appellante, gemachtigde: drs. M.L. Hassell, gericht tegen: de Minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Milieu, zetelende in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Bij brief van 13 december 2017 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen de voorlopige toelating tot Aruba (VTA). Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellante op 17 april 2018 beroep ingesteld bij dit gerecht.

Op 25 mei 2018 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Het gerecht overweegt dat appellante tijdig in beroep is gekomen tegen het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift. 2.2 Uit het verweerschrift van 25 mei 2018 blijkt dat verweerder op 9 februari 2018 appellante een vergunning tot tijdelijk verblijf heeft verleend. Hieruit volgt dat appellante geen belang meer heeft bij onderhavige procedure zodat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Voor een kostenveroordeling is geen aanleiding. 2.3 Dit leidt tot de volgende beslissing. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze beslissing werd gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 10 juni 2019 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na dagtekening van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (LAR-zaken). Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij de griffie van dit Gerecht. U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende: a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde, b. de dag van ondertekening, c. waartegen u in hoger beroep komt, d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Afl. 75 verschuldigd.