Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2019:328 ECLI:NL:OGEAA:2019:328 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:328 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2019:328
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Vonnis van 22 mei 2019 Behorend bij A.R. no. AUA201802905 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA BANK N.V., gevestigd in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: Aruba Bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: 1[GEDAAGDE 1], en: 2[GEDAAGDE 2], beiden wonende in Aruba, gedaagden, hierna gezamenlijk ook te noemen: [GEDAAGDEN], beiden procederend in persoon. 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Het procesverloop blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -de erkenning van [GEDAAGDEN] van de vordering van Aruba Bank ter rolzitting van 31 oktober 2018; -de rolbeschikking van dit Gerecht van 12 december 2018; -de door Aruba Bank op 6 februari 2019 genomen akte, houdende een verbetering van een kennelijke verschrijving in het petitum van het verzoekschrift; -de op 3 april 2019 tegen [GEDAAGDEN] verleende akte van niet dienen van een antwoordakte. 1.2 Vonnis is bepaald op heden.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:328 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 mei 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Vonnis van 22 mei 2019 Behorend bij A.R. no. AUA201802905 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA BANK N.V., gevestigd in Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: Aruba Bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: 1[GEDAAGDE 1], en: 2[GEDAAGDE 2], beiden wonende in Aruba, gedaagden, hierna gezamenlijk ook te noemen: [GEDAAGDEN], beiden procederend in persoon. 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Het procesverloop blijkt uit: -het verzoekschrift, met producties; -de erkenning van [GEDAAGDEN] van de vordering van Aruba Bank ter rolzitting van 31 oktober 2018; -de rolbeschikking van dit Gerecht van 12 december 2018; -de door Aruba Bank op 6 februari 2019 genomen akte, houdende een verbetering van een kennelijke verschrijving in het petitum van het verzoekschrift; -de op 3 april 2019 tegen [GEDAAGDEN] verleende akte van niet dienen van een antwoordakte. 1.2 Vonnis is bepaald op heden.

2. DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 2.1 Aruba Bank verzoekt dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: -[GEDAAGDEN] veroordeelt om aan Aruba Bank te betalen Afl. 14.581,37, te vermeerderen met 1,5% rente per maand over Afl. 18.236,66 gerekend vanaf 1 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; -[GEDAAGDEN] veroordeelt in de proceskosten. 2.2 [ GEDAAGDEN] hebben de vordering van Aruba Bank erkend. 3DE BEOORDELING 3.1 Nu [GEDAAGDEN] de vordering van Aruba Bank hebben erkend, zal die worden toegewezen als na te melden. 3.2 [ GEDAAGDEN] zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Aruba Bank, tot aan deze uitspraak begroot op (750,-- + 212,25 + 212,25 =) Afl. 1.174.50 aan verschotten (griffiegeld en oproepkosten) en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt, tarief 4). 4DE UITSPRAAK Het Gerecht: -veroordeelt [GEDAAGDEN] om aan Aruba Bank te betalen Afl. 14.581,37, te vermeerderen met 1,5% rente per maand over Afl. 18.236,66 gerekend vanaf 1 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening; -veroordeelt [GEDAAGDEN] in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van Aruba Bank, tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 1.174.50 aan verschotten en Afl. 1.000,-- aan salaris voor de gemachtigde; -verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 mei 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.