Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2019:309 ECLI:NL:OGEAA:2019:309 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:309 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2019:309
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 8 mei 2019 Lar nr. AUA2019001103 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA PROCES-VERBAAL VAN DE MONDELINGE UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [ Verzoeker ], van Venezolaanse nationaliteit, VERZOEKER, gemachtigde: drs. M.L. Hassell, gericht tegen: DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigden: mr. C.L. Geerman (DWJZ) en J. Harewood (DIMAS). PROCESVERLOOP Bij beschikking, gedateerd 27 maart 2019 (bestreden beschikking), heeft verweerder het asielverzoek van verzoeker afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

art. 3 EVRM; ECLI:NL:OGEAA:2019:309 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Niet gebleken is dat in Venezuela sprake is van een situatie waardoor iedereen door louter aanwezigheid in Venezuela risico loopt op schending van art. 3 EVRM. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tot een kwetsbare groep behoort die in Venezuela bijzonder bescherming nodig heeft.

Keywords

AI generated
art. 3 EVRM

Cited Legislation

AI generated
art. 3 EVRM
Niet gebleken is dat in Venezuela sprake is van een situatie waardoor iedereen door louter aanwezigheid in Venezuela risico loopt op schending van art. 3 EVRM.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 8 mei 2019 Lar nr. AUA2019001103 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA PROCES-VERBAAL VAN DE MONDELINGE UITSPRAAK op het verzoek in de zin van artikel 54 van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [ Verzoeker ], van Venezolaanse nationaliteit, VERZOEKER, gemachtigde: drs. M.L. Hassell, gericht tegen: DE MINISTER VAN JUSTITIE, VEILIGHEID EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigden: mr. C.L. Geerman (DWJZ) en J. Harewood (DIMAS). PROCESVERLOOP Bij beschikking, gedateerd 27 maart 2019 (bestreden beschikking), heeft verweerder het asielverzoek van verzoeker afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft verzoeker op 4 april 2019 bezwaar gemaakt. Op 5 april 2019 heeft verzoeker bij dit gerecht een verzoekschrift ex artikel 54 van de Lar ingediend. Het verzoek is behandeld ter zitting van 8 mei 2019. Verzoeker is niet verschenen, maar zijn gemachtigde is wel verschenen, en verweerder bij zijn gemachtigde. De uitspraak is terstond gedaan. BESLISSING De voorzieningenrechter: wijst het verzoek af. OVERWEGINGEN 1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de beslissing op het asielverzoek in bezwaar waarschijnlijk in stand zal blijven.

Hetgeen is aangevoerd, is onvoldoende om anders te oordelen.

2. De voorzieningenrechter is met verweerder van oordeel dat het asielrelaas onvoldoende concreet en zwaarwegend is om tot vluchtelingschap te kunnen concluderen. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt gegronde vrees voor vervolging te hebben in zijn land van herkomst. Verzoeker is in zijn asielrelaas uiterst vaag en is in gebreke gebleven relevante details, zoals jaartallen, te verstrekken.

3. Voor zover verzoekers verklaring dat hij door aanhangers van burgemeester Sanchez is bedreigd, geloofwaardig moet worden geacht, overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker geen poging heeft gedaan bescherming in te roepen van de autoriteiten, terwijl dit wel van het verwacht kan worden. Verder heeft verzoeker pas nadat hij in bewaring is genomen asiel aangevraagd, zich niet aan de meldplicht gehouden en is evenmin ter zitting verschenen, ondanks dat de gemachtigde zegt hem te hebben voorgelicht dat het van belang is zijn asielrelaas nader toe te lichten. Deze omstandigheden doen verder afbreuk aan de intentie van zijn asielaanvraag.

4. Niet gebleken is dat in Venezuela sprake is van een situatie waardoor iedereen door louter aanwezigheid in Venezuela risico loopt op schending van art. 3 EVRM. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tot een kwetsbare groep behoort die in Venezuela bijzonder bescherming nodig heeft.

5. De bestreden beslissing kan in stand blijven en er is geen grond om tot het treffen van een voorlopige voorziening over te gaan. Deze beslissing is gegeven door mr. M. Soffers, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 mei 2019 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.