Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2019:233 ECLI:NL:OGEAA:2019:233 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:233 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2019:233
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Vonnis van 17 april 2019 Behorend bij A.R. AUA201802904 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: ARUBA BANK N.V, te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: de bank, gemachtigde: mr. M.E.D. Brown, tegen: [GEDAAGDE], te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek. - de akte niet dienen voor de conclusie van dupliek. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING 2.1 De bank vordert van [gedaagde] betaling van Afl. 47.140,38 vermeerderd met rente en kosten op grond van meerdere tussen partijen bestaande geldleningsovereenkomsten. 2.2 Bij antwoord heeft [gedaagde] het bestaan van de overeenkomsten niet bestreden, maar aangevoerd dat rekening moet worden gehouden met de verkoop van een auto ter waarde van Afl. 14.000,-.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:233 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 17 april 2019 in aanwezigheid van de griffier. Inhoudsindicatie: Civiel. Gelvordering.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Vonnis van 17 april 2019 Behorend bij A.R. AUA201802904 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: ARUBA BANK N.V, te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: de bank, gemachtigde: mr. M.E.D. Brown, tegen: [GEDAAGDE], te Aruba, GEDAAGDE, hierna ook te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek. - de akte niet dienen voor de conclusie van dupliek. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING 2.1 De bank vordert van [gedaagde] betaling van Afl. 47.140,38 vermeerderd met rente en kosten op grond van meerdere tussen partijen bestaande geldleningsovereenkomsten. 2.2 Bij antwoord heeft [gedaagde] het bestaan van de overeenkomsten niet bestreden, maar aangevoerd dat rekening moet worden gehouden met de verkoop van een auto ter waarde van Afl. 14.000,-.

Bij repliek heeft de bank uiteengezet hoe de verkoop van de auto heeft plaatsgevonden en op welke wijze die is verwerkt op het totaal verschuldigde. Hierop heeft [gedaagde] niet meer gereageerd. 2.3 Het Gerecht constateert dat de bij repliek toegelichte vordering door [gedaagde] niet (langer) wordt betwist, zodat deze als volgt kan worden toegewezen. [gedaagde] zal in de proceskosten worden veroordeeld. 3DE UITSPRAAK Het gerecht: veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan de bank van een bedrag van Afl. 47.140,38 te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand, vanaf 1 augustus 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald alsmede tot betaling van Afl. 1.875,- wegens buitengerechtelijke kosten; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van de bank worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 204,15 aan explootkosten en Afl. 2.500,- aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag, 17 april 2019 in aanwezigheid van de griffier. Inhoudsindicatie: Civiel. Gelvordering.