Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2019:22 ECLI:NL:OGEAA:2019:22 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2019:22 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2019:22
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 15 januari 2019 Behorend bij EJ nr. AUA201802220 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [naam moeder], wonende in Nederland, VERZOEKSTER, hierna te noemen: de moeder, gemachtigde: de heer G.A. Martha. Belanghebbenden: [naam minderjarige], de minderjarige, [naam voorgestelde voogd], de voorgestelde voogd. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 24 juli 2018, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 13 november 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder, de voorgestelde voogd en de minderjarige in persoon.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 1:295 Burgerlijk Wetboek, artikel 1:299 BW, artikel 1:253r BW, artikel 1:253q BW; ECLI:NL:OGEAA:2019:22 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: In casu oefent de moeder alleen het ouderlijk gezag over de minderjarige uit. Er is aldus voorzien in het gezag over de minderjarige, zodat het verzoek ex artikel 1:299 BW tot het benoemen van een voogd dient te worden afgewezen. 4.2 Ingevolge artikel 1:253r BW, in samenhang met het bepaalde in artikel 1:253q BW, kan de rechter indien een ouder, al dan niet tijdelijk, in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, een voogd benoemen. Als reden voor het verzoek tot benoeming van [voorgestelde voogd] tot voogd is aangevoerd dat de moeder in Nederland woont en daardoor bemoeilijkt wordt het gezag over de minderjarige uit te oefenen.

Keywords

AI generated
Artikel 1:295 Burgerlijk Wetboek artikel 1:299 BW artikel 1:253r BW artikel 1:253q BW

Cited Legislation

AI generated
Artikel 1:295 Burgerlijk Wetboek
4DE BEOORDELING 4.1 Artikel 1:295 Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) bepaalt dat de rechter in eerste aanleg een voogd benoemt over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien.
artikel 1:299 BW
Er is aldus voorzien in het gezag over de minderjarige, zodat het verzoek ex artikel 1:299 BW tot het benoemen van een voogd dient te worden afgewezen.
artikel 1:253r BW
4.2 Ingevolge artikel 1:253r BW, in samenhang met het bepaalde in artikel 1:253q BW, kan de rechter indien een ouder, al dan niet tijdelijk, in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, een voogd benoemen.
artikel 1:253q BW
4.2 Ingevolge artikel 1:253r BW, in samenhang met het bepaalde in artikel 1:253q BW, kan de rechter indien een ouder, al dan niet tijdelijk, in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, een voogd benoemen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 15 januari 2019 Behorend bij EJ nr. AUA201802220 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [naam moeder], wonende in Nederland, VERZOEKSTER, hierna te noemen: de moeder, gemachtigde: de heer G.A. Martha. Belanghebbenden: [naam minderjarige], de minderjarige, [naam voorgestelde voogd], de voorgestelde voogd. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 24 juli 2018, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 13 november 2018, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder, de voorgestelde voogd en de minderjarige in persoon.

Namens de Voogdijraad was aanwezig de heer M. Loefstop. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 De minderjarige voornoemd is op [geboortedatum] in Aruba geboren, uit de relatie tussen de moeder en de vader [naam vader]. De vader heeft de minderjarige erkend. De vader is op [datum overlijden] in Aruba overleden. 2.2 De moeder oefent het gezag over de minderjarige alleen uit. De moeder woont in Nederland. De minderjarige woont thans met toestemming van de moeder in Aruba bij [naam voorgestelde voogd] (hierna: [voorgestelde voogd]). 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot het benoemen van [voorgestelde voogd] als voogd over de minderjarige. 4DE BEOORDELING 4.1 Artikel 1:295 Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) bepaalt dat de rechter in eerste aanleg een voogd benoemt over alle minderjarigen die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op wettige wijze is voorzien.

In casu oefent de moeder alleen het ouderlijk gezag over de minderjarige uit. Er is aldus voorzien in het gezag over de minderjarige, zodat het verzoek ex artikel 1:299 BW tot het benoemen van een voogd dient te worden afgewezen. 4.2 Ingevolge artikel 1:253r BW, in samenhang met het bepaalde in artikel 1:253q BW, kan de rechter indien een ouder, al dan niet tijdelijk, in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, een voogd benoemen. Als reden voor het verzoek tot benoeming van [voorgestelde voogd] tot voogd is aangevoerd dat de moeder in Nederland woont en daardoor bemoeilijkt wordt het gezag over de minderjarige uit te oefenen.

Daarmee is echter niet aannemelijk geworden dat de moeder in de onmogelijkheid verkeert om het gezag uit te oefenen. [voorgestelde voogd] heeft contact met de moeder en in beginsel kan telefonisch en/of via andere communicatiemiddelen overleg met de moeder aangaande te nemen gezagsbeslissingen over de minderjarige gevoerd worden. Dat de moeder in de toekomst niet of moeilijk bereikbaar zal zijn is gesteld noch gebleken. Er is dus geen sprake van een gezagsvacuüm. Dat [voorgestelde voogd] feitelijk de verzorging en opvoeding op zich heeft genomen, legitimeert niet dat wordt afgestapt van het - ook in de wet verankerde - uitgangspunt dat het gezag bij (een van) de ouder(s) berust.

Het verzoek zal worden afgewezen. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven op dinsdag 15 januari 2019 door de rechter mr. E.M.D. Angela in tegenwoordigheid van de griffier.