Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2018:849 ECLI:NL:OGEAA:2018:849 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2018:849 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2018:849
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 6 december 2018 behorende bij CVB nr. 2218 van 2016/ AUA201601600 COLLEGE VAN BEROEP UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening ziekteverzekering (LvZv) van [ X ], wonende te Aruba, APPELLANT, procederende in persoon, tegen de beslissing d.d. 10 augustus 2016 van de DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, gevestigd te Aruba, VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Bij beschikking van 10 augustus 2016 (hierna: de bestreden beschikking) heeft de bank besloten dat appellant geen recht heeft op ziekengeld aangezien de ziekte is ontstaan op het moment dat appellant niet de hoedanigheid van arbeider bezat. 1.2 Tegen de bestreden beschikking heeft appellant op 9 september 2016 beroep aangetekend. 1.3 Op 1 december 2016 heeft de bank verweerschrift ingediend. 1.4 Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 24 augustus 2017 van dit college behandeld, alwaar aanwezig waren namens de bank mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2018:849 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Every, juridisch adviseur, en drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant Is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. 2DE OVERWEGING De ontvankelijkheid 2.1 De bank heeft primair geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep van appellant wegens termijnoverschrijving. 2.2 Ingevolge artikel 10, lid 1 van de LvZv is tegen een beslissing van de bank binnen drie weken na haar dagtekening schriftelijk beroep mogelijk op dit College, hetwelk in enige en hoogste instantie beslist. 2.4 Niet in geschil is dat de bestreden beslissing van 10 augustus 2016, door appellant op 12 augustus 2016 is ontvangen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 6 december 2018 behorende bij CVB nr. 2218 van 2016/ AUA201601600 COLLEGE VAN BEROEP UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening ziekteverzekering (LvZv) van [ X ], wonende te Aruba, APPELLANT, procederende in persoon, tegen de beslissing d.d. 10 augustus 2016 van de DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, gevestigd te Aruba, VERWEERDER, hierna ook te noemen: de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1HET PROCESVERLOOP 1.1 Bij beschikking van 10 augustus 2016 (hierna: de bestreden beschikking) heeft de bank besloten dat appellant geen recht heeft op ziekengeld aangezien de ziekte is ontstaan op het moment dat appellant niet de hoedanigheid van arbeider bezat. 1.2 Tegen de bestreden beschikking heeft appellant op 9 september 2016 beroep aangetekend. 1.3 Op 1 december 2016 heeft de bank verweerschrift ingediend. 1.4 Het beroep van appellante is op de bijeenkomst van 24 augustus 2017 van dit college behandeld, alwaar aanwezig waren namens de bank mr.

B. Every, juridisch adviseur, en drs. M. Schaad, verzekeringsarts, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Appellant Is, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet verschenen. 2DE OVERWEGING De ontvankelijkheid 2.1 De bank heeft primair geconcludeerd tot de niet-ontvankelijkheid van het beroep van appellant wegens termijnoverschrijving. 2.2 Ingevolge artikel 10, lid 1 van de LvZv is tegen een beslissing van de bank binnen drie weken na haar dagtekening schriftelijk beroep mogelijk op dit College, hetwelk in enige en hoogste instantie beslist. 2.4 Niet in geschil is dat de bestreden beslissing van 10 augustus 2016, door appellant op 12 augustus 2016 is ontvangen.

Gelet op het bovenstaande is de beroepstermijn van drie weken na dagtekening van de beslissing op 1 september 2016 verstreken. Appellant heeft het beroepschrift ingediend op 9 september 2016. Dit is ruim na het verstrijken van bedoelde beroepstermijn. Ook als wordt uitgegaan van de ontvangstdatum van de beslissing en een beroepstermijn van drie weken, is het beroepschrift te laat ingediend. Nu overigens gesteld noch gebleken is dat de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht, dient appellant niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn beroep. 3DE BESLISSING Het college: verklaart het beroepschrift van appellant niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven op 6 december 2018 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R. Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.