ECLI:NL:OGEAA:2018:632 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedVonnis van 17 oktober 2018 Behorend bij A.R. no. AUA201800787 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA BANK N.V., gevestigd te Aruba, hierna ook te noemen: eiseres, gemachtigden: de advocaten mrs. M.E.D. Brown en E.H.J. Martis, tegen: [GEDAAGDE 1] wonende te Aruba, [adres], hierna ook te noemen: gedaagde sub 1, procederend in persoon, [GEDAAGDE 2] wonende te Aruba, hierna ook te noemen: gedaagde sub 2, gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 20 juni 2018, - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 5 september 2018. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN 2.1 Eiseres vordert dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden veroordeelt tot betaling aan eiseres van Afl. 17.238,96, vermeerderd met 1,5% contractuele rente per maand vanaf 29 december 2016, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.500,-, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten. 2.2 Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagden tekort zijn geschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. 2.3 De vordering is door gedaagden erkend, door gedaagde sub 1 bij antwoord en door gedaagde sub 2 ter zitting, zodat de hoofdsom vermeerderd met de contractuele rente en de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen wordt. 2.4 Als de in het ongelijk te stellen partij moeten gedaagden de proceskosten van eiseres betalen. 3DE BESLISSING De rechter in dit gerecht: 3.1 veroordeelt gedaagden tot betaling aan eiseres van een bedrag van Afl. 17.238,96, vermeerderd met 1,5% contractuele rente per maand vanaf 29 december 2016 tot de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.500,-; 3.2 veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 581,67 en Afl. 2.000,- aan gemachtigdensalaris (naar rato van 2 punten van het liquidatietarief 4); 3.3 verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGEAA:2018:632 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Full text
Vonnis van 17 oktober 2018 Behorend bij A.R. no. AUA201800787 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA BANK N.V., gevestigd te Aruba, hierna ook te noemen: eiseres, gemachtigden: de advocaten mrs. M.E.D. Brown en E.H.J. Martis, tegen: [GEDAAGDE 1] wonende te Aruba, [adres], hierna ook te noemen: gedaagde sub 1, procederend in persoon, [GEDAAGDE 2] wonende te Aruba, hierna ook te noemen: gedaagde sub 2, gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 20 juni 2018, - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 5 september 2018. 1.2 De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING DAARVAN 2.1 Eiseres vordert dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden veroordeelt tot betaling aan eiseres van Afl. 17.238,96, vermeerderd met 1,5% contractuele rente per maand vanaf 29 december 2016, alsmede vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.500,-, met veroordeling van gedaagden in de proceskosten. 2.2 Eiseres grondt de vordering erop dat gedaagden tekort zijn geschoten in de nakoming van de uit de overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. 2.3 De vordering is door gedaagden erkend, door gedaagde sub 1 bij antwoord en door gedaagde sub 2 ter zitting, zodat de hoofdsom vermeerderd met de contractuele rente en de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen wordt. 2.4 Als de in het ongelijk te stellen partij moeten gedaagden de proceskosten van eiseres betalen. 3DE BESLISSING De rechter in dit gerecht: 3.1 veroordeelt gedaagden tot betaling aan eiseres van een bedrag van Afl. 17.238,96, vermeerderd met 1,5% contractuele rente per maand vanaf 29 december 2016 tot de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 1.500,-; 3.2 veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van eiseres worden begroot op Afl. 750,- aan griffierecht, Afl. 581,67 en Afl. 2.000,- aan gemachtigdensalaris (naar rato van 2 punten van het liquidatietarief 4); 3.3 verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 17 oktober 2018 in aanwezigheid van de griffier.