Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2018:620 ECLI:NL:OGEAA:2018:620 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2018:620 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2018:620
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 8 oktober 2018 Lar nr. AUA201703105 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellante], allen wondend in Aruba, APPELLANTE, procederend in persoon, gericht tegen: DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Op 3 juli 2017 heeft [X] (hierna: de werkgeefster) bezwaar gemaakt tegen de beschikking van verweerder van 13 januari 2017, waarbij het verzoek van appellante van 16 augustus 2016 om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode bij de werkgeefster werkzaam te zijn, is afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2018:620 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 8 oktober 2018 Lar nr. AUA201703105 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellante], allen wondend in Aruba, APPELLANTE, procederend in persoon, gericht tegen: DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN INTEGRATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER gemachtigde: mr. G.M.N. Maduro (DIMAS). 1PROCESVERLOOP Op 3 juli 2017 heeft [X] (hierna: de werkgeefster) bezwaar gemaakt tegen de beschikking van verweerder van 13 januari 2017, waarbij het verzoek van appellante van 16 augustus 2016 om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf om als inwonende dienstbode bij de werkgeefster werkzaam te zijn, is afgewezen.

Bij beschikking van 10 oktober 2017 heeft verweerder voornoemd bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de beschikking op bezwaar heeft appellante op 17 november 2017 beroep ingesteld bij dit gerecht. De zaak is behandeld ter zitting van 23 april 2018, alwaar zijn verschenen appellante in persoon en verweerder bij zijn gemachtigde. Vervolgens is uitspraak nader bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 23, eerste lid van de Lar kan degene die rechtstreeks in zijn belang is getroffen door een op een bezwaarschrift genomen beslissing als bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, 14, tweede lid, of 20 van de Lar, daartegen beroep instellen bij het Gerecht. 2.2 Volgens vaste rechtspraak van het GHvJ (onder meer GHvJ 18 juni 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:3) vloeit uit artikel 23, eerste lid, van de Lar voort dat geen beroep bij het Gerecht kan worden ingesteld door een belanghebbende, aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt.

Appellante heeft tegen de beschikking van 13 januari 2017 geen bezwaar heeft gemaakt en niet is gebleken van feiten of omstandigheden die tot het oordeel leiden dat haar dat redelijkerwijs niet kan worden verweten. Zij dient reeds op grond daarvan niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar beroep. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar beroep. Deze beslissing werd gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 8 oktober 2018, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).