Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2018:314 ECLI:NL:OGEAA:2018:314 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2018:314 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2018:314
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Vonnis van 23 mei 2018 Behorend bij A.R. 2751 van 2014/AUA201400103. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiseres], wonende te Aruba, hierna ook te noemen: de vrouw, gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson, tegen: [Gedaagde], wonende te Aruba, hierna ook te noemen: de man, gemachtigde: de advocaat mr. David G. Kock. 1DE PROCEDURE: 1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 23 november 2016; de brief van 27 februari 2018 aan de zijde van de man. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Na het tussenvonnis van 23 november 2016 zijn partijen herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld zich uit te laten, doch geen van partijen heeft een akte genomen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2018:314 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: 2751 van 2014/AUA201400103. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiseres], wonende te Aruba, hierna ook te noemen: de vrouw, gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson, tegen: [Gedaagde], wonende te Aruba, hierna ook te noemen: de man, gemachtigde: de advocaat mr. David G. Kock. 1DE PROCEDURE: 1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 23 november 2016; de brief van 27 februari 2018 aan de zijde van de man. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Na het tussenvonnis van 23 november 2016 zijn partijen herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld zich uit te laten, doch geen van partijen heeft een akte genomen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Vonnis van 23 mei 2018 Behorend bij A.R. 2751 van 2014/AUA201400103. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [Eiseres], wonende te Aruba, hierna ook te noemen: de vrouw, gemachtigde: de advocaat mr. J.A.R. Bryson, tegen: [Gedaagde], wonende te Aruba, hierna ook te noemen: de man, gemachtigde: de advocaat mr. David G. Kock. 1DE PROCEDURE: 1.1 Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 23 november 2016; de brief van 27 februari 2018 aan de zijde van de man. 1.2 Vonnis is bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Na het tussenvonnis van 23 november 2016 zijn partijen herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld zich uit te laten, doch geen van partijen heeft een akte genomen.

Het gerecht gaat er derhalve vanuit dat partijen op geen enkel punt overeenstemming hebben. Nu - naar het gerecht begrijpt - de vrouw in [land] woont, zal het woonhuis aan de man worden toebedeeld, zonder enige vergoeding wegens overbedeling. Vast staat immers dat de man alle lasten van de echtelijke woning betaalt. 2.2 Gelet op de aard van de procedure worden de kosten gecompenseerd. 3DE BESLISSING De rechter: 3.1 deelt het onroerend goed, het recht van erfpacht op een perceel domeingrond groot 723m2 gelegen aan de [adres] te Aruba zoals nader omschreven in de meetbrief nr. [nummer] van [jaar], plaatselijke bekend als [adres] [nummer], alsmede de hierop rustende hypothecaire schuld toe aan de man, zonder verrekening van eventueel bestaande overwaarde; 3.2 bepaalt dat dit vonnis in de plaats komt van de noodzakelijke machtiging van de vrouw om het onroerend goed op naam van de man te laten zetten; 3.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.4 bepaalt dat elke partij de eigen kosten draagt; 3.5 wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.M. Vanwersch, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 23 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier.