ECLI:NL:OGEAA:2018:172 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedVonnis van 4 april 2018 Behorend bij A.R. 2093 van 2017 / AUA201702488 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISER], te Aruba, hierna te noemen [eiser], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, tegen: [GEDAAGDE], te Aruba, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 februari 2018; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 21 februari 2018. [gedaagde] is op de comparitie niet verschenen. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING 2.1 Tussen [eiser] en [gedaagde] gold de afspraak dat [gedaagde] voor [eiser] een auto zou bestellen in het buitenland. [eiser] heeft [gedaagde] daarvoor betaald. [gedaagde] heeft de auto echter niet aan [eiser] geleverd.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGEAA:2018:172 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Full text
Vonnis van 4 april 2018 Behorend bij A.R. 2093 van 2017 / AUA201702488 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: [EISER], te Aruba, hierna te noemen [eiser], gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock, tegen: [GEDAAGDE], te Aruba, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 7 februari 2018; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de comparitie van partijen op 21 februari 2018. [gedaagde] is op de comparitie niet verschenen. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2HET GESCHIL EN DE BEOORDELING 2.1 Tussen [eiser] en [gedaagde] gold de afspraak dat [gedaagde] voor [eiser] een auto zou bestellen in het buitenland. [eiser] heeft [gedaagde] daarvoor betaald. [gedaagde] heeft de auto echter niet aan [eiser] geleverd.
Ook heeft hij het geld niet aan [eiser] terugbetaald. [eiser] vordert – uitvoerbaar bij voorraad – [gedaagde] te veroordelen tot betaling van Afl. 10.000,- vermeerderd met rente en kosten. 2.2 [ gedaagde] heeft erkend dat hij het bedrag van Afl.10.000,- aan [eiser] verschuldigd is. Hij heeft te kennen gegeven voor de betaling van dat bedrag een betalingsregeling te willen treffen. [gedaagde] is echter, ondanks behoorlijk te zijn opgeroepen bij deurwaardersexploot, niet verschenen ter comparitie van partijen. 2.3 Onder deze omstandigheden is de vordering toewijsbaar. 2.4 [ gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten. 3DE UITSPRAAK het gerecht: veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van Afl. 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 april 2017 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [eiser] worden begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 401,69 aan explootkosten en Afl. 1.000,- (2 punten in tarief 3) aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.