Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2017:570 ECLI:NL:OGEAA:2017:570 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:570 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2017:570
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 3 juli 2017 Aua201700091 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], wonend in Aruba, APPELLANT, procederend in persoon, gericht tegen: de MINISTER VAN FINANCIЁN EN OVERHEIDSORGANISATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. C.P. Wever (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij beschikking van 16 juli 2015 heeft verweerder het verzoek van appellant om hem conform de Pensioenverordening leden der Staten met ingang van 19 april 2013 pensioen toe te kennen, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:570 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Daartegen heeft appellant op 21 augustus 2015 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 21 februari 2017 beroep ingesteld. Op 17 mei 2017 heeft verweerder nadere stukken ingediend. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 32, aanhef en onder a, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. 2.2 Bij beschikking van 6 april 2017, door verweerder overgelegd, heeft verweerder alsnog op het bezwaar van appellant beslist, waarbij hij het bezwaar ongegrond heeft verklaard en de afwijzing van 16 juli 2015 heeft gehandhaafd.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 3 juli 2017 Aua201700091 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van: [appellant], wonend in Aruba, APPELLANT, procederend in persoon, gericht tegen: de MINISTER VAN FINANCIЁN EN OVERHEIDSORGANISATIE, zetelend in Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. C.P. Wever (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij beschikking van 16 juli 2015 heeft verweerder het verzoek van appellant om hem conform de Pensioenverordening leden der Staten met ingang van 19 april 2013 pensioen toe te kennen, afgewezen.

Daartegen heeft appellant op 21 augustus 2015 bezwaar gemaakt. Tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar heeft appellant op 21 februari 2017 beroep ingesteld. Op 17 mei 2017 heeft verweerder nadere stukken ingediend. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Ingevolge artikel 32, aanhef en onder a, van de Lar kan het gerecht onmiddellijk uitspraak doen indien het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. 2.2 Bij beschikking van 6 april 2017, door verweerder overgelegd, heeft verweerder alsnog op het bezwaar van appellant beslist, waarbij hij het bezwaar ongegrond heeft verklaard en de afwijzing van 16 juli 2015 heeft gehandhaafd.

Daartegen heeft appellant beroep ingesteld, welk beroep bij het gerecht is geregistreerd onder het nummer Aua201700807. Onder deze omstandigheden is het belang aan het onderhavige beroep komen te ontvallen. 2.3 Het beroep is niet-ontvankelijk. 2.4 Voor een veroordeling in de kosten bestaat geen wettelijke grondslag. Daartoe wordt overwogen dat de grondslag voor een veroordeling in de proceskosten in beroepszaken op grond van de Lar is gelegen in de in artikel 52, tweede lid, van deze landsverordening neergelegde mogelijkheid van veroordeling tot vergoeding van schade, geleden als gevolg van de vernietigde beschikking.

Bij een uitspraak, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring ontbreekt de mogelijkheid tot een dergelijke veroordeling. 3BESLISSING De rechter in dit gerecht: Verklaart het beroep niet ontvankelijk. Deze beslissing werd gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op maandag 3 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR). Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend.

De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).