Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2017:559 ECLI:NL:OGEAA:2017:559 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:559 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2017:559
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 4 juli 2017 behorend bij EJ nr. 717 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen: [de moeder], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa, en: [de vader], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna: de vader, niet verschenen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 31 maart 2017, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 23 mei 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:OGEAA:2017:559 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Daartoe is gesteld dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet. 4DE BEOORDELING 4.1 Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 De vader heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren.

Keywords

AI generated
Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek

Cited Legislation

AI generated
Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 4 juli 2017 behorend bij EJ nr. 717 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen: [de moeder], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna: de moeder, gemachtigde: de advocaat mr. H.G. Figaroa, en: [de vader], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna: de vader, niet verschenen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 31 maart 2017, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 23 mei 2017, waaruit blijkt dat zijn verschenen de moeder bijgestaan door haar gemachtigde.

Namens de Voogdijraad was aanwezig mr. M. Ras. De vader is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN De thans nog minderjarige [de minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2010 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.De minderjarige is door de vader erkend. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader om ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van de datum van de uitspraak op het onderhavig verzoek een bedrag van Afl. 450,- per maand te betalen.

Daartoe is gesteld dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet. 4DE BEOORDELING 4.1 Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 De vader heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren.

Gelet op het ontbreken van enig verweer acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 450,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. 4.3 Het gerecht ziet in de aard van het verzoek aanleiding de kosten te compenseren. 5DE BESLISSING Het gerecht: bepaalt de bijdrage van [de vader] in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2010 in Aruba, op Afl. 450,- per maand, met ingang van heden, en in de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, compenseert de kosten aldus dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 4 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.