Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2017:558 ECLI:NL:OGEAA:2017:558 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:558 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2017:558
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 4 juli 2017 behorend bij EJ nr. 676 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen DE VOOGDIJRAAD, kantoorhoudend in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd, en [de man], wonende in Aruba, de Ruyterstraat nr. 5, VERWEERDER, hierna te noemen de man, niet verschenen. Belanghebbende: [de moeder], de moeder. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 29 maart 2017; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 23 mei 2017, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig was mr.

Legislator headnote

AI generated

Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:OGEAA:2017:558 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet. 4DE BEOORDELING 4.1 Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 De vader heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren.

Keywords

AI generated
Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek

Cited Legislation

AI generated
Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 4 juli 2017 behorend bij EJ nr. 676 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de alimentatiezaak tussen DE VOOGDIJRAAD, kantoorhoudend in Aruba, VERZOEKER, vertegenwoordigd, en [de man], wonende in Aruba, de Ruyterstraat nr. 5, VERWEERDER, hierna te noemen de man, niet verschenen. Belanghebbende: [de moeder], de moeder. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 29 maart 2017; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 23 mei 2017, waaruit blijkt dat namens de Voogdijraad aanwezig was mr.

M. Ras en dat de moeder in persoon is verschenen. De man heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN De thans nog minderjarige [minderjarige] (hierna: de minderjarige) is op [geboortedatum] 2008 in Aruba geboren uit de relatie tussen de vader en de moeder.De vader heeft de minderjarige erkend. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot het veroordelen van de vader tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 350,- ingaande 1 maart 2017 als voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige.

Daartoe wordt aangevoerd dat de vader voldoende inkomen uit arbeid geniet. 4DE BEOORDELING 4.1 Het gerecht stelt voorop dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Dit geschiedt naar draagkracht. Artikel 1:406 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BWA) bepaalt, dat in het geval een ouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet behoorlijk nakomt, zowel de Voogdijraad als de andere ouder de rechter kan verzoeken het bedrag te bepalen dat deze ouder ten behoeve van het kind zal moeten uitkeren. 4.2 De vader heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid zich te verweren.

Gelet op de draagkracht van de moeder, de behoefte van de minderjarige en op het ontbreken van enig verweer acht het gerecht een door de vader te betalen bijdrage van Afl. 350,- per maand in de kosten van verzorging en opvoeding in overeenstemming met de wettelijke maatstaven, zij het dat de alimentatieverplichting een maand later dan verzocht ingaat, omdat de vader geacht kan worden niet eerder van het verzoek te hebben kennisgenomen. 5DE BESLISSING Het gerecht: bepaalt de bijdrage van [de man] in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in Aruba, uit de vrouw [de moeder] op Afl. 350,- per maand, bij vooruitbetaling aan de Voogdijraad te voldoen, met ingang van 1 april 2017, verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van dinsdag 4 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.