Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2017:557 ECLI:NL:OGEAA:2017:557 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:557 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2017:557
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 4 juli 2017 Behorend bij EJ nr. 658 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [vader] , wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna de vader, in persoon, Belanghebbende: [de minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 28 maart 2017, het minderjarigenverhoor van 22 mei 2017, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 23 mei 2017, waaruit blijkt dat verzoeker in persoon is verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw A.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek, Artikel 1:253c lid 1 BW; ECLI:NL:OGEAA:2017:557 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: BW). Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. 4.2 Het gerecht constateert, mede aan de hand van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting, dat de vader en de moeder, gelet op het Venezolaans recht, reeds van rechtswege het gezamenlijk gezag hadden over de minderjarige. Na het overlijden van de moeder is het gezag over de minderjarige bij de vader alleen komen te berusten.

Keywords

AI generated
artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek Artikel 1:253c lid 1 BW

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek
4DE BEOORDELING 4.1 Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna:
Artikel 1:253c lid 1 BW
Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 4 juli 2017 Behorend bij EJ nr. 658 van 2017 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [vader] , wonende in Aruba, VERZOEKER, hierna de vader, in persoon, Belanghebbende: [de minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 28 maart 2017, het minderjarigenverhoor van 22 mei 2017, de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 23 mei 2017, waaruit blijkt dat verzoeker in persoon is verschenen. Namens de Voogdijraad was aanwezig mevrouw A.

Flanders. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 De minderjarige is op [geboortedatum] 2000 in Venezuela geboren binnen het huwelijk van de verzoeker en [de moeder] (hierna: de moeder). 2.2 Na de echtscheiding is de minderjarige bij de moeder in Venezuela gebleven. Op [overlijdensdatum] 2007 is de moeder overleden. De minderjarige verblijft thans bij de vader in Aruba. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot wijziging van het gezag, in die zin dat de vader alleen met het gezag over de minderjarige wordt belast. 4DE BEOORDELING 4.1 Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna:

BW). Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. 4.2 Het gerecht constateert, mede aan de hand van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting, dat de vader en de moeder, gelet op het Venezolaans recht, reeds van rechtswege het gezamenlijk gezag hadden over de minderjarige. Na het overlijden van de moeder is het gezag over de minderjarige bij de vader alleen komen te berusten.

Bij inwilliging van het verzoek heeft de vader derhalve geen belang. Hij heeft immers reeds waar hij om verzoekt. Gelet op het vorenstaande zal het verzoek, bij gebrek aan belang, worden afgewezen. 5DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, ter zitting van 4 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.