Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2017:49 ECLI:NL:OGEAA:2017:49 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:49 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2017:49
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Vonnis van 18 januari 2017 Behorend bij AR nr. 277 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA HANDELMAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: “ATC”, gemachtigde: mr. L.J. Pieters, tegen: Gedaagde, wonende te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: “Gedaagde”, gemachtigden: mr. R. Marchena. 1DE VERDERE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot en met 26 oktober 2016 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Nadat ATC heeft afgezien van bewijslevering, werd vonnis bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Reeds bij tussenvonnis werd overwogen dat de vordering tot een bedrag van Afl. 105.131,94 zal worden toegewezen, aangezien Gedaagde de vordering in zoverre heeft erkend. 2.2 ATC heeft afgezien van bewijslevering.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:49 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Vonnis van 18 januari 2017 Behorend bij AR nr. 277 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA HANDELMAATSCHAPPIJ N.V., gevestigd te Aruba, eiseres, hierna ook te noemen: “ATC”, gemachtigde: mr. L.J. Pieters, tegen: Gedaagde, wonende te Aruba, gedaagde, hierna ook te noemen: “Gedaagde”, gemachtigden: mr. R. Marchena. 1DE VERDERE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure tot en met 26 oktober 2016 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Nadat ATC heeft afgezien van bewijslevering, werd vonnis bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Reeds bij tussenvonnis werd overwogen dat de vordering tot een bedrag van Afl. 105.131,94 zal worden toegewezen, aangezien Gedaagde de vordering in zoverre heeft erkend. 2.2 ATC heeft afgezien van bewijslevering.

In rechte is derhalve niet komen vast te staan dat Gedaagde voor een bedrag van Afl. 34.489,42 aan goederen op rekening van de Wholesale afdeling van ATC heeft gekocht. De vordering zal in zoverre dan ook worden afgewezen. 2.3 Aangezien de vordering van ATC grotendeels wordt toegewezen, zal Gedaagde veroordeeld worden in de proceskosten die aan de zijde van ATC zijn gevallen, doch berekend over de toe te wijzen hoofdsom, welke worden begroot op Afl. 1.050,00 aan griffierechten en Afl. 4.000,00 aan gemachtigdensalaris (2 punten bij tarief 7). De kosten van oproeping van ATC zelf dienen voor haar eigen rekening te blijven. 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht, recht doende, 3.1 veroordeelt Gedaagde om aan ATC te betalen het bedrag van Afl. 105.131,94, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 mei 2014 tot aan de dag van algehele voldoening; 3.2 veroordeelt Gedaagde in de proceskosten gevallen aan de zijde van ATC en tot op heden te begroten op Afl. 1.050,00 aan griffierechten, Afl. 207,35 aan oproepingskosten en Afl. 4.000,00 aan gemachtigdensalaris; 3.3 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 3.4 wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 18 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.