Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2017:1051 ECLI:NL:OGEAA:2017:1051 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:1051 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2017:1051
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 15 juni 2017 CVB nr. 2145 van 2014 COLLEGE VAN BEROEP UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv) van: [ X ], wonende in Aruba, APPELLANTE, gemachtigde: mr. [ A ], tegen DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, gevestigd te Aruba, GEREKESTREERDE, hierna te noemen de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1PROCESVERLOOP 1.1 Bij brief van 1 september 2014, door appellant ontvangen op 3 september 2014, heeft de bank besloten dat appellante vanaf 2 september 2014 arbeidsgeschikt is voor haar normale arbeid. 1.2 Daartegen heeft appellante op 10 september 2014 beroep aangetekend bij dit College. 1.3 Op 27 november 2014 heeft de bank een verweerschrift ingediend. 1.4 Het beroep van appellante is behandeld op de bijeenkomst van dit college van 2 juni 2016, alwaar namens de bank aanwezig waren drs.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2017:1051 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Schaad, verzekeringsarts en mevrouw N. Faarup, juridische medewerker, bijgestaan door de advocaat voornoemd. Appellante is, ondanks daartoe deugdelijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. 2DE BEOORDELING 2.1 Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank en stelt dat zij ten onrechte per 2 september 2014 arbeidsgeschikt is verklaard. Zij voert daartoe aan dat zij nog continu pijn heeft. 2.2 Uit de door partijen overgelegde – en niet weersproken – stukken en het verhandelde ter zitting is genoegzaam gebleken dat de controlerend arts van de bank bij zijn oordeel en besluitvorming ter zake van de arbeidsgeschiktheid van appellante alle beschikbare medische informatie heeft betrokken.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 15 juni 2017 CVB nr. 2145 van 2014 COLLEGE VAN BEROEP UITSPRAAK op het beroep in de zin van de Landsverordening Ziekteverzekering (LvZv) van: [ X ], wonende in Aruba, APPELLANTE, gemachtigde: mr. [ A ], tegen DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK, gevestigd te Aruba, GEREKESTREERDE, hierna te noemen de bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.D. Tromp. 1PROCESVERLOOP 1.1 Bij brief van 1 september 2014, door appellant ontvangen op 3 september 2014, heeft de bank besloten dat appellante vanaf 2 september 2014 arbeidsgeschikt is voor haar normale arbeid. 1.2 Daartegen heeft appellante op 10 september 2014 beroep aangetekend bij dit College. 1.3 Op 27 november 2014 heeft de bank een verweerschrift ingediend. 1.4 Het beroep van appellante is behandeld op de bijeenkomst van dit college van 2 juni 2016, alwaar namens de bank aanwezig waren drs.

M. Schaad, verzekeringsarts en mevrouw N. Faarup, juridische medewerker, bijgestaan door de advocaat voornoemd. Appellante is, ondanks daartoe deugdelijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. 2DE BEOORDELING 2.1 Appellante kan zich niet verenigen met de beslissing van de bank en stelt dat zij ten onrechte per 2 september 2014 arbeidsgeschikt is verklaard. Zij voert daartoe aan dat zij nog continu pijn heeft. 2.2 Uit de door partijen overgelegde – en niet weersproken – stukken en het verhandelde ter zitting is genoegzaam gebleken dat de controlerend arts van de bank bij zijn oordeel en besluitvorming ter zake van de arbeidsgeschiktheid van appellante alle beschikbare medische informatie heeft betrokken.

Gelet hierop en nu de controlerend arts bij uitstek de specialist is die de vraag dient te beantwoorden of appellante in staat is tot het verrichten van werk, en deze vraag in dit geval bevestigend is beantwoord, is naar het oordeel van het College aannemelijk geworden dat appellante vanaf 2 september 2014 arbeidsgeschikt moet worden geacht. 2.3 Dit leidt tot de slotsom dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard. 3DE BESLISSING Het college: -verklaart het beroep ongegrond. Aldus gegeven op 15 juni 2017 door mr. N.K. Engelbrecht, voorzitter, J.R.

Geerman en E. de Cuba, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris.