Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2016:734 ECLI:NL:OGEAA:2016:734 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2016:734 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2016:734
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Vonnis van 26 oktober 2016 Behorend bij A.R. 30 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap A.I.S. ARUBA INDUSTRIAL SERVICES N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: AIS, gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch, tegen: de naamloze vennootschap LEBLON CONTRACTORS & DEVELOPMENT N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: Leblon, gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce. 1DE PROCEDURE Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 juni 2016; - de akte vermeerdering eis en uitlating; - de antwoordakte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2016:734 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: 30 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap A.I.S. ARUBA INDUSTRIAL SERVICES N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: AIS, gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch, tegen: de naamloze vennootschap LEBLON CONTRACTORS & DEVELOPMENT N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: Leblon, gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce. 1DE PROCEDURE Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 juni 2016; - de akte vermeerdering eis en uitlating; - de antwoordakte.

Cited Case Law

AI generated
NJ 1985/3
12141, LJN AG4805, NJ 1985/3).
NJ 2008/553
C06/250, LJN BC2800, NJ 2008/553).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Vonnis van 26 oktober 2016 Behorend bij A.R. 30 van 2016 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap A.I.S. ARUBA INDUSTRIAL SERVICES N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: AIS, gemachtigde: de advocaat mr. D.C.A. Crouch, tegen: de naamloze vennootschap LEBLON CONTRACTORS & DEVELOPMENT N.V., te Aruba, hierna ook te noemen: Leblon, gemachtigde: de advocaat mr. M.B. Boyce. 1DE PROCEDURE Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 juni 2016; - de akte vermeerdering eis en uitlating; - de antwoordakte.

De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Bij tussenvonnis is in rechtsoverweging 4.1 de overeengekomen rentevergoeding vanaf 18 november 2015 uitdrukkelijk en zonder voorbehoud afgewezen. Dat oordeel is een eindbeslissing. De rechter die in een tussenuitspraak een of meer geschilpunten uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft beslist is hieraan, in beginsel, in het verdere verloop van het geding gebonden. Deze gebondenheid heeft een - uit een oogpunt van goede procesorde positief te waarderen - op beperking van het debat gerichte functie (HR 4 mei 1984, nr. 12141, LJN AG4805, NJ 1985/3).

Zij geldt niet onverkort. De eisen van een goede procesorde brengen immers tevens mee dat de rechter aan wie is gebleken dat een eerdere door hem gegeven, maar niet in een einduitspraak vervatte eindbeslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag, bevoegd is om, nadat partijen de gelegenheid hebben gekregen zich dienaangaande uit te laten, over te gaan tot heroverweging van die eindbeslissing, teneinde te voorkomen dat hij op een ondeugdelijke grondslag een einduitspraak zou doen (HR 25 april 2008, nr. C06/250, LJN BC2800, NJ 2008/553). 2.2 Niet gesteld is dat zich een van bovengenoemde gevallen voordoet.

De eisvermeerdering stuit daarop af. 2.3 Niet bestreden is dat de openstaande hoofdsom per 18 november 2015 Afl. 69.435,06 bedroeg. Het door AIS overgelegde overzicht is voldoende inzichtelijk. Daaruit blijkt, rekening houdend met na 18 november 2015 verschuldigde wettelijke rente en de betaling van 10 december 2015 dat op 11 december 2015 nog Afl. 69.390,39 verschuldigd was. Dat bedrag is, vermeerderd met wettelijke rente over de openstaande hoofdsom vanaf 18 november 2015, toewijsbaar. 2.4 De buitengerechtelijke incassokosten werden bij eindbeslissing in het tussenvonnis al afgewezen.

Ook op die beslissing wordt niet teruggekomen. 2.5 Als de in overwegende mate in het ongelijk te stellen partij zal Leblon de proceskosten van AIS moeten vergoeden. 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: veroordeelt Leblon tot betaling aan AIS van een bedrag van Afl. 69.390,39, te vermeerderen met de wettelijke rente, steeds over het saldo van de dan openstaande hoofdsom van vanaf 18 november 2015 tot de dag waarop volledig zal zijn betaald; veroordeelt Leblon in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van AIS worden begroot op Afl. 750, aan griffierecht, Afl. 205,10 aan explootkosten en Afl. 1.875, aan salaris van de gemachtigde; verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 26 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.