ECLI:NL:OGEAA:2016:695 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedBeschikking van 11 oktober 2016 behorend bij EJ nr. 1048 van 2016. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [de moeder], in Aruba, VERZOEKSTER, de moeder, procederend in persoon, Belanghebbenden: [de oma], de grootmoeder moederszijde, tevens voogdes, [de minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 16 mei 2016; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 30 augustus 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen in persoon. Namens de Voogdijraad was was aanwezig mevrouw A.
Legislator headnote
AI generatedartikel 1:253b lid 2 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:OGEAA:2016:695 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: 1048 van 2016. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [de moeder], in Aruba, VERZOEKSTER, de moeder, procederend in persoon, Belanghebbenden: [de oma], de grootmoeder moederszijde, tevens voogdes, [de minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 16 mei 2016; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 30 augustus 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen in persoon. Namens de Voogdijraad was was aanwezig mevrouw A.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
Beschikking van 11 oktober 2016 behorend bij EJ nr. 1048 van 2016. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van [de moeder], in Aruba, VERZOEKSTER, de moeder, procederend in persoon, Belanghebbenden: [de oma], de grootmoeder moederszijde, tevens voogdes, [de minderjarige], de minderjarige. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: het verzoekschrift, ingediend op 16 mei 2016; de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 30 augustus 2016, waaruit blijkt dat zijn verschenen partijen in persoon. Namens de Voogdijraad was was aanwezig mevrouw A.
Flanders. De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Op [geboortedatum] 2011 is uit de moeder geboren [de minderjarige]. Aangezien de moeder toentertijd minderjarig was en daardoor onbevoegd was het gezag uit te oefenen, is mevrouw [de oma] benoemd tot voogdes over [de minderjarige]. 2.2 De moeder is op [datum] 2015 meerderjarig geworden, zodat zij bevoegd is het ouderlijk gezag uit te oefenen. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt ertoe dat de moeder met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt belast. 4DE BEOORDELING 4.1 Op grond van artikel 1:253b lid 2 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (BW) verkrijgt de moeder die ten tijde van haar bevalling onbevoegd was tot het gezag dit van rechtswege op het tijdstip waarop zij daartoe bevoegd wordt, tenzij op dat tijdstip een ander met het gezag is belast.
Lid 3 van genoemd artikel opent voor de tot het gezag bevoegde ouder de mogelijkheid het gerecht te verzoeken haar met het gezag over het kind te belasten. Op grond van lid 5 van voornoemd artikel wordt, wanneer een voogd het gezag uitoefent, dit verzoek slechts afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd. 4.2 De moeder is inmiddels meerderjarig, zodat zij bevoegd is het ouderlijk gezag uit te oefenen. Ter zitting heeft de voogdes ingestemd met het verzoek van de moeder. Ook de Voogdijraad heeft geen bezwaren geuit tegen het toekennen van het ouderlijk gezag aan de moeder. 4.3 Nu niet is gebleken dat er gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloos, zal het verzoek worden toegewezen. 5DE BESLISSING Het gerecht: belast de moeder [de moeder] met het ouderlijk gezag over haar dochter [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2011 in Aruba.
Deze beschikking is gegeven op 11 oktober 2016 door de rechter mr. W.C.E. Winfield in tegenwoordigheid van de griffier.