Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2016:219 ECLI:NL:OGEAA:2016:219 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2016:219 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2016:219
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Beschikking van 5 april 2016 behorend bij EJ. nr. 2846 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [X], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna de moeder, procederend in persoon, tegen [Y], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna de vader, niet verschenen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingediend op 14 december 2015; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 8 maart 2016, waaruit blijkt dat alleen de moeder is verschenen. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen; - de aanvullende stukken, ingediend op 8 maart 2016.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2016:219 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Voorts bepaalt artikel 429ba Rv dat aan de rechter geen rechtsmacht toekomt, indien het verzoek onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft. Van de relevante aanknopingspunten in zaken betreffende het gezag over minderjarige kinderen moet het zwaarste - en doorgaans doorslaggevend - gewicht worden toegekend aan de gewone verblijfplaats van die kinderen, zijnde het uitgangspunt in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Ligt de gewone verblijfplaats van het kind, zoals in casu, buiten Aruba, dan komt de Arubaanse rechter geen rechtsmacht toe.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Beschikking van 5 april 2016 behorend bij EJ. nr. 2846 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING op het verzoek van: [X], wonende in Aruba, VERZOEKSTER, hierna de moeder, procederend in persoon, tegen [Y], wonende in Aruba, VERWEERDER, hierna de vader, niet verschenen. 1DE PROCEDURE De procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ingediend op 14 december 2015; - de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 8 maart 2016, waaruit blijkt dat alleen de moeder is verschenen. De vader heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen; - de aanvullende stukken, ingediend op 8 maart 2016.

De uitspraak is bepaald op heden. 2DE FEITEN 2.1 Uit het huwelijk tussen partijen is op [datum] 2010 in Aruba geboren [Z] (hierna: de minderjarige). 2.2 Bij beschikking van dit gerecht van 7 mei 2012 (EJ-301/12) is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en zijn partijen gezamenlijk belast gebleven met de uitoefening van het gezag. 2.3 De moeder en de minderjarige zijn op [datum] 2015 respectievelijk [datum] 2015 uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Aruba. 3HET VERZOEK Het verzoek strekt tot beëindiging van het gezamenlijk gezag en om de moeder alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarige te belasten. 4DE BEOORDELING Bevoegdheid gerecht Ingevolge artikel 429c, lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken betreffende minderjarige kinderen bevoegd, de rechter in eerste aanleg van de woonplaats of, bij gebreke daarvan hier te lande, van het werkelijk verblijf van de minderjarige.

Voorts bepaalt artikel 429ba Rv dat aan de rechter geen rechtsmacht toekomt, indien het verzoek onvoldoende aanknoping met de rechtssfeer van Aruba heeft. Van de relevante aanknopingspunten in zaken betreffende het gezag over minderjarige kinderen moet het zwaarste - en doorgaans doorslaggevend - gewicht worden toegekend aan de gewone verblijfplaats van die kinderen, zijnde het uitgangspunt in het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. Ligt de gewone verblijfplaats van het kind, zoals in casu, buiten Aruba, dan komt de Arubaanse rechter geen rechtsmacht toe.

Uitzonderingssituaties zijn in zeer bijzondere omstandigheden denkbaar, maar het bestaan van dergelijke omstandigheden is hier niet gebleken. 5DE BESLISSING Het gerecht: verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr. J. Sap, rechter in dit gerecht, ter terechtzitting van dinsdag, 5 april 2016 in aanwezigheid van de griffier.