ECLI:NL:OGEAA:2016:173 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedBeschikking van 15 maart 2016 Behorend bij E.J. nr. 2813 van 2013 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: X, wonende in Aruba, verzoekster, hierna te noemen: de vrouw gemachtigde: mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena, tegen: Y, wonende in Aruba, verweerder, hierna te noemen: de man, procederende in persoon. Belanghebbenden: Z, de minderjarige, DE VOOGDIJRAAD. 1DE PROCEDURE De eerdere procedure blijkt uit de (herstel)beschikkingen van dit gerecht van 6 mei 2014 en 21 juli 2014. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 1 december 2015; de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de mondelinge behandeling van 2 februari 2016, waaruit blijkt dat is verschenen de vertegenwoordiger van de Voogdijraad.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGEAA:2016:173 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: nr. 2813 van 2013 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: X, wonende in Aruba, verzoekster, hierna te noemen: de vrouw gemachtigde: mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena, tegen: Y, wonende in Aruba, verweerder, hierna te noemen: de man, procederende in persoon. Belanghebbenden: Z, de minderjarige, DE VOOGDIJRAAD. 1DE PROCEDURE De eerdere procedure blijkt uit de (herstel)beschikkingen van dit gerecht van 6 mei 2014 en 21 juli 2014. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 1 december 2015; de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de mondelinge behandeling van 2 februari 2016, waaruit blijkt dat is verschenen de vertegenwoordiger van de Voogdijraad.
Full text
Beschikking van 15 maart 2016 Behorend bij E.J. nr. 2813 van 2013 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van: X, wonende in Aruba, verzoekster, hierna te noemen: de vrouw gemachtigde: mr. Z.T.M. Arendsz-Marchena, tegen: Y, wonende in Aruba, verweerder, hierna te noemen: de man, procederende in persoon. Belanghebbenden: Z, de minderjarige, DE VOOGDIJRAAD. 1DE PROCEDURE De eerdere procedure blijkt uit de (herstel)beschikkingen van dit gerecht van 6 mei 2014 en 21 juli 2014. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: het rapport van de Voogdijraad, ingediend op 1 december 2015; de griffiersaantekeningen van de voortzetting van de mondelinge behandeling van 2 februari 2016, waaruit blijkt dat is verschenen de vertegenwoordiger van de Voogdijraad.
De vrouw en de man zijn, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen. De uitspraak is nader bepaald op heden. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Bij voornoemde (herstel)beschikkingen van 6 mei 2014 en 21 juli 2014 is een onderzoek gelast naar de mate van waarschijnlijkheid dat de man, de biologische vader is van de minderjarige. Het verwantschapsonderzoek heeft uitgewezen, zo blijkt uit het daartoe overgelegde rapport van Verilabs van 8 mei 2015, dat het uitgesloten is dat de man de biologische vader is van de minderjarige. 2.2 Gelet op dit resultaat dient het verzoek van de vrouw, om het vaderschap van de man ten aanzien van de minderjarige vast te stellen, te worden afgewezen. 2.3 Het gerecht ziet, gelet op hierop, aanleiding de vrouw te veroordelen in de door de man gemaakte proceskosten, tot op heden begroot op: nihil. 3DE BESLISSING Het gerecht: wijst het verzoek af; veroordeelt de vrouw in de kosten van deze procedure, gevallen aan de zijde van de man, tot op heden begroot op: nihil.
Aldus gegeven door mr. W.C.E. Winfield, rechter in dit gerecht, en uitgesproken op dinsdag 15 maart 2016, in tegenwoordigheid van de griffier.