ECLI:NL:OGEAA:2015:472 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedVonnis van 28 oktober 2015 Behorend bij AR nr. 1080 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA BANK N.V. , gevestigd te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Aruba Bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: G1*. , G2*., beiden wonende in Aruba, GEDAAGDEN, hierna ook te noemen: Gedaagden c.s., procederende in persoon. 1DE VERDERE PROCEDURE Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis van 2 september 2015. De in dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft op verzoek van partijen geen doorgang gevonden.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGEAA:2015:472 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: 1080 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA BANK N.V. , gevestigd te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Aruba Bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: G1*. , G2*., beiden wonende in Aruba, GEDAAGDEN, hierna ook te noemen: Gedaagden c.s., procederende in persoon. 1DE VERDERE PROCEDURE Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis van 2 september 2015. De in dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft op verzoek van partijen geen doorgang gevonden.
Full text
Vonnis van 28 oktober 2015 Behorend bij AR nr. 1080 van 2015 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ARUBA BANK N.V. , gevestigd te Aruba, EISERES, hierna ook te noemen: Aruba Bank, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: G1*. , G2*., beiden wonende in Aruba, GEDAAGDEN, hierna ook te noemen: Gedaagden c.s., procederende in persoon. 1DE VERDERE PROCEDURE Voor het eerdere verloop van de procedure wordt verwezen naar het tussenvonnis van 2 september 2015. De in dat vonnis gelaste comparitie van partijen heeft op verzoek van partijen geen doorgang gevonden.
Bij brief van 2 oktober 2015 heeft de advocaat van eiseres, mede namens gedaagde, aangegeven dat partijen tot een regeling zijn gekomen over het maandelijks in te houden bedrag. Hij heeft verzocht vonnis te wijzen. De datum voor vonnis werd vervolgens vast gesteld op heden. 2DE BEOORDELING 2.1 Eiseres stelt dat gedaagden ondanks aanmaning nalatig zijn met terugbetaling van de door haar aan hen geleende gelden. De vordering is opeisbaar. Bij conclusie van antwoord hebben gedaagden de vordering niet betwist. Zij hebben gevraagd het door eiseres gelegde loonbeslag te verlagen. 2.2 Nu de vordering niet is betwist, komt deze voor toewijzing in aanmerking, met uitzondering van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.
Met uitzondering van één aanmaningsbrief blijkt uit het dossier niet dat deze zijn gemaakt. Het gerecht verstaat voorts dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de krachtens het loonbeslag in te houden bedragen. In deze procedure speelt zulks verder geen rol. 2.3 Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres. 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht, recht doende, Veroordeelt gedaagden om aan eiseres te betalen Afl. 5.610,55, vermeerderd met 1,5% overeengekomen rente per maand vanaf 31 maart 2015 over Afl. 4.675,53 tot het moment van voldoening.
Veroordeelt gedaagden in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres, begroot op Afl. 450,-- aan griffierecht, Afl. 1.263,10 aan verschotten en Afl. 400,-- aan salaris gemachtigde. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. P.A.H. Lemaire, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 28 oktober 2015 in aanwezigheid van de griffier.