Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGEAA:2015:299 ECLI:NL:OGEAA:2015:299 AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2015:299 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Case Number ECLI:NL:OGEAA:2015:299
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Vonnis van 2 september 2015. Behorend bij A.R. no. 750 van 2015. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V., gevestigd te Aruba, hierna ook te noemen: Island Finance, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: A, wonende te [adres] in Aruba, hierna ook te noemen: A, procederende in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 juni 2015; - de op 22 juni 2015 ter griffie ingediende brief zijdens Island Finance, met producties; - de behandeling bij comparitie na antwoord van 29 juni 2015. 1.2 Vervolgens is vonnis bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 A heeft met Island Finance een overeenkomst van geldlening gesloten. 2.2 A heeft zich niet gehouden aan de uit de leningsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Island Finance vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van A tot betaling zoals gevorderd bij inleidend verzoekschrift. 3.2 Island Finance grondt de vordering erop dat A in gebreke is gebleven met de nakoming van de uit de geldlening voortvloeiende betalingsverplichting. 3.3 A voert hiertegen verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 A erkent de hoofdsom verschuldigd te zijn.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGEAA:2015:299 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Vonnis van 2 september 2015. Behorend bij A.R. no. 750 van 2015. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap ISLAND FINANCE ARUBA N.V., gevestigd te Aruba, hierna ook te noemen: Island Finance, gemachtigde: de advocaat mr. M.E.D. Brown, tegen: A, wonende te [adres] in Aruba, hierna ook te noemen: A, procederende in persoon. 1DE PROCEDURE 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 10 juni 2015; - de op 22 juni 2015 ter griffie ingediende brief zijdens Island Finance, met producties; - de behandeling bij comparitie na antwoord van 29 juni 2015. 1.2 Vervolgens is vonnis bepaald op heden. 2DE VASTSTAANDE FEITEN 2.1 A heeft met Island Finance een overeenkomst van geldlening gesloten. 2.2 A heeft zich niet gehouden aan de uit de leningsovereenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen. 3DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN 3.1 Island Finance vordert – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van A tot betaling zoals gevorderd bij inleidend verzoekschrift. 3.2 Island Finance grondt de vordering erop dat A in gebreke is gebleven met de nakoming van de uit de geldlening voortvloeiende betalingsverplichting. 3.3 A voert hiertegen verweer. 4DE BEOORDELING 4.1 A erkent de hoofdsom verschuldigd te zijn.

Dit zal worden toegewezen. Zij betwist echter de hoogte van de gevorderde kosten. Subsidiair verzoekt zij om matiging daarvan. 4.2 Ook de buitengerechtelijke incassokosten komen voor toewijzing in aanmerking, met dien verstande dat het gerecht begrijpt dat in het petitum het bedrag van Afl. 638,47 dient te worden gelezen in plaats van Afl. 567,66. De kosten vinden grondslag in de overeenkomst tussen partijen. Bij brief van 22 juni 2015 zijdens Island Finance heeft Island Finance schriftelijk onderbouwd welke activiteiten zij heeft ondernomen om A tot betaling over te halen, deze kunnen niet worden gerekend tot gewone kosten tot instructie van de zaak. 4.3 Als de in het ongelijk te stellen partij zal A de proceskosten moeten vergoeden. 5DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht, recht doende: veroordeelt A om aan Island Finance te betalen de hoofdsom van Afl. 4.256,49, te vermeerderen met de overeengekomen vertragingsrente van 1,3% per maand vanaf 31 december 2014 tot een maximum van Afl. 1.137,52 en na bereiken van dit maximum vermeerderd met de wettelijke rente tot de dag der voldoening, alsmede tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad Afl. 638,47; veroordeelt A in de kosten van de procedure, welke kosten tot op heden aan de zijde van Island Finance worden begroot op Afl. 450, aan griffierecht, Afl. 863,25 aan verschotten en Afl. 750,- aan salaris van de gemachtigde; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 2 september 2015 in aanwezigheid van de griffier.