ECLI:NL:OGEAA:2015:150 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Legislator summary
AI generatedVonnis van 1 juli 2015 Behorend bij A.R. no. 3385 van 2012 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: A, te Aruba, hierna ook te noemen: A, gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza, tegen: B, te Aruba, hierna ook te noemen: B, gemachtigde: de advocaat mr. C. Helen Lejuez. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van22 oktober 2014; - de akte overlegging historische gegevens zijdens B van 7 januari 2015; - de akte uitlating zijdens A van 8 april 2015. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Bij tussenvonnis heeft het gerecht B in de gelegenheid gesteld door middel van een verklaring met historische gegevens van de percelen eigendomsgrond, kadastraal bekend als: 4-E-1062/1063, C53/2,65/5,194/14/C20/6,194/1 ter grootte van 175 m2 + 267 m2 aan te tonen, dat het perceel 4 E 2090 die percelen waarop de bouwvergunning betrekking heeft mede omvat. 2.2 Bij brief van 1 december 2014 heeft ing.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:OGEAA:2015:150 · Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba: L.M. de Cuba, directeur Dienst Landmeetkunde en Vastgoedregistratie van het Ministerie van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie verklaard:(…) dat met inachtneming van het Artikel 36 van de Instructie Kadaster zijn in het bestaande kadastraal perceel met aanduiding Afdeling 4, Sectie E en Nr. 2090 (welke aanduiding verkort kan worden aangehaald met 4-E-2090) verenigd de hierna vermelde, voormalige kadastrale percelen die respectievelijk aangeduid werden met 4-E-1062, 4-E-1063 en 4-E-1165. 2.3 Het gerecht is op grond van het voorgaande van oordeel dat hiermee bewezen is dat de bouwvergunning van 14 september 1981 mede betrekking heeft op het door A gehuurde. 2.4 De vordering zal op grond daarvan worden afgewezen.
Full text
Vonnis van 1 juli 2015 Behorend bij A.R. no. 3385 van 2012 GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA VONNIS in de zaak van: A, te Aruba, hierna ook te noemen: A, gemachtigde: de advocaat mr. E.M.J. Cafarzuza, tegen: B, te Aruba, hierna ook te noemen: B, gemachtigde: de advocaat mr. C. Helen Lejuez. 1DE PROCEDURE Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van22 oktober 2014; - de akte overlegging historische gegevens zijdens B van 7 januari 2015; - de akte uitlating zijdens A van 8 april 2015. De zaak is daarna verwezen naar de rol voor vonnis. 2DE VERDERE BEOORDELING 2.1 Bij tussenvonnis heeft het gerecht B in de gelegenheid gesteld door middel van een verklaring met historische gegevens van de percelen eigendomsgrond, kadastraal bekend als: 4-E-1062/1063, C53/2,65/5,194/14/C20/6,194/1 ter grootte van 175 m2 + 267 m2 aan te tonen, dat het perceel 4 E 2090 die percelen waarop de bouwvergunning betrekking heeft mede omvat. 2.2 Bij brief van 1 december 2014 heeft ing.
L.M. de Cuba, directeur Dienst Landmeetkunde en Vastgoedregistratie van het Ministerie van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie verklaard:(…) dat met inachtneming van het Artikel 36 van de Instructie Kadaster zijn in het bestaande kadastraal perceel met aanduiding Afdeling 4, Sectie E en Nr. 2090 (welke aanduiding verkort kan worden aangehaald met 4-E-2090) verenigd de hierna vermelde, voormalige kadastrale percelen die respectievelijk aangeduid werden met 4-E-1062, 4-E-1063 en 4-E-1165. 2.3 Het gerecht is op grond van het voorgaande van oordeel dat hiermee bewezen is dat de bouwvergunning van 14 september 1981 mede betrekking heeft op het door A gehuurde. 2.4 De vordering zal op grond daarvan worden afgewezen.
Als de in het ongelijk te stellen partij zal A de proceskosten van B moeten vergoeden. Daarbij zal rekening worden gehouden met het bedrag dat A schattenderwijs op basis van een expertiserapport als schade heeft genoemd. 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht, recht doende: wijst het gevorderde af; veroordeelt A in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van B worden begroot op Afl. 9.450,. Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 1 juli 2015 in aanwezigheid van de griffier.