Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:OGAACMB:2018:33 ECLI:NL:OGAACMB:2018:33 AI generated

ECLI:NL:OGAACMB:2018:33 · Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Case Number ECLI:NL:OGAACMB:2018:33
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Uitspraak van 21 mei 2018 GAZA nr. 623 van 2016 / AUA201600309 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klager] , wonend te Aruba, KLAGER, gemachtigde: Jose E.A. Wernet, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA , zetelend te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij brief van 24 februari 2016 heeft verweerder het verzoek van klager tot herziening van de beslissing op zijn verzoek om hem pensioen toe te kennen, afgewezen. Hiertegen heeft klager bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht op 23 maart 2016.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:OGAACMB:2018:33 · Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: Bij uitspraak van dit gerecht van 28 augustus 2017 (Gaza nr. 1837 van 2015) is die beslissing van 20 juli 2015 vernietigd. 2.3 Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar ongegrond is. 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: verklaart het bezwaar ongegrond. Deze uitspraak is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 21 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier. Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Uitspraak van 21 mei 2018 GAZA nr. 623 van 2016 / AUA201600309 HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA UITSPRAAK op het bezwaar van: [klager] , wonend te Aruba, KLAGER, gemachtigde: Jose E.A. Wernet, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA , zetelend te Aruba, VERWEERDER, gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ). 1PROCESVERLOOP Bij brief van 24 februari 2016 heeft verweerder het verzoek van klager tot herziening van de beslissing op zijn verzoek om hem pensioen toe te kennen, afgewezen. Hiertegen heeft klager bezwaar gemaakt, door indiening van een bezwaarschrift bij dit gerecht op 23 maart 2016.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 april 2018, waar partijen bij hun gemachtigden zijn verschenen. Uitspraak is bepaald op heden. 2OVERWEGINGEN 2.1 Verweerder heeft betoogd dat klager niet-ontvankelijk is in zijn bezwaar, omdat de brief van verweerder waartegen het bezwaar zich richt, niet is gericht op enig rechtsgevolg doch slechts een herhaling is van een eerdere beslissing van 20 juli 2015. Die beslissing van 20 juli 2015 is bij uitspraak van 28 augustus 2017 vernietigd. 2.2 Dit betoog slaagt. Het verzoek van klager betreft een verzoek tot herziening van de beslissing van 20 juli 2015, waarbij het verzoek van klager om hem een uitkering bij wijze van pensioen toe te kennen, is afgewezen.

Bij uitspraak van dit gerecht van 28 augustus 2017 (Gaza nr. 1837 van 2015) is die beslissing van 20 juli 2015 vernietigd. 2.3 Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar ongegrond is. 3DE UITSPRAAK De rechter in dit gerecht: verklaart het bezwaar ongegrond. Deze uitspraak is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 21 mei 2018 in aanwezigheid van de griffier. Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).

Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA). Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).