Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:995 ECLI:NL:HR:2026:995 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:995 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:995
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04411 Datum 23 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2023, nummer 21-004804-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:995 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04411 Datum 23 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2023, nummer 21-004804-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, hierna: de verdachte.

Cited Case Law

AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04411 Datum 23 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2023, nummer 21-004804-20, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Broere bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat de verdachte stoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij en zijn medeverdachte ernstige reden hadden te vermoeden dat zij ‘bestemd waren tot’ het plegen van een van de in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/04412, ECLI:NL:HR:2026:994.

3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig. 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 juni 2026.