ECLI:NL:HR:2026:923 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02193 Datum 12 juni 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2025, nrs. 24/3469 tot en met 24/3472, betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven boetebeschikkingen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:923 · Hoge Raad: Bij arrest van de Hoge Raad van 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1394, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, nrs. BK-22/00072 tot en met BK-22/00075, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02193 Datum 12 juni 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2025, nrs. 24/3469 tot en met 24/3472, betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven boetebeschikkingen.
1Het eerste geding in cassatie
Bij arrest van de Hoge Raad van 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1394, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, nrs. BK-22/00072 tot en met BK-22/00075, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.
2Het tweede geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A. Reddoub, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 5Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.F. Faase als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026. ECLI:NL:GHAMS:2025:1460. ECLI:NL:GHDHA:2022:2329.