ECLI:NL:HR:2026:891 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03370 Datum 9 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 juli 2025, nummer 23-000382-25, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:891 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03370 Datum 9 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 juli 2025, nummer 23-000382-25, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03370 Datum 9 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 21 juli 2025, nummer 23-000382-25, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Veltheer bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal P.T.C. van Kampen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam om op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de beslissing van het hof tot het verlenen van verstek tegen de niet-verschenen verdachte. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.