ECLI:NL:HR:2026:869 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04569 Datum 9 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 november 2023, nummer 20-000762-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:869 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04569 Datum 9 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 november 2023, nummer 20-000762-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04569 Datum 9 juni 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 november 2023, nummer 20-000762-23, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.S. Nan bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de geldbedragen van € 7,70 en € 1.255,00 en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep te worden afgedaan, en tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. 2Beoordeling van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over de verbeurdverklaring van twee inbeslaggenomen geldbedragen van € 7,70 en € 1.255,00. 2.2 Het cassatiemiddel slaagt.
De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 11. 3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van twee maanden volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. 4Beslissing De Hoge Raad: - vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen geldbedragen van € 7,70 en € 1.255,00; - wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak wat betreft die inbeslaggenomen voorwerpen opnieuw wordt berecht en afgedaan; - verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2026.