ECLI:NL:HR:2026:8 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04502 B Datum 6 januari 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 7 november 2023, nummer 000530-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de klaagster.
Legislator headnote
AI generatedartikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2026:8 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04502 B Datum 6 januari 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 7 november 2023, nummer 000530-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de klaagster.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04502 B Datum 6 januari 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 7 november 2023, nummer 000530-23, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klaagster] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, hierna: de klaagster.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat M.A.M. Pijnenburg bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat de klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar cassatieberoep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klaagster niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2026.