ECLI:NL:HR:2026:765 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03662 Br Datum 19 mei 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2025, nummers RK 24/027499, RK 24/027504 en RK 24/027725, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 5.4.10 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, en [klager 1] , wettelijke vertegenwoordiger van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 2014, en [klager 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de klagers.
Legislator headnote
AI generatedartikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:HR:2026:765 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03662 Br Datum 19 mei 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2025, nummers RK 24/027499, RK 24/027504 en RK 24/027725, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 5.4.10 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, en [klager 1] , wettelijke vertegenwoordiger van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 2014, en [klager 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de klagers.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03662 Br Datum 19 mei 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2025, nummers RK 24/027499, RK 24/027504 en RK 24/027725, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 5.4.10 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, en [klager 1] , wettelijke vertegenwoordiger van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 2014, en [klager 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de klagers.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens hen heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.