ECLI:NL:HR:2026:760 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00562 Datum 19 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2024, nummer 21-004404-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:760 · Hoge Raad: Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo een schriftuur ingediend. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Alleen een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen kan als zo’n cassatiemiddel worden aangemerkt.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 24/00562 Datum 19 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2024, nummer 21-004404-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo een schriftuur ingediend. De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard. De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep Als cassatierechter onderzoekt de Hoge Raad alleen cassatiemiddelen (klachten) als in de wet bedoeld. Alleen een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen kan als zo’n cassatiemiddel worden aangemerkt.
De als cassatiemiddel I aangeduide klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven. Nu de schriftuur verder enkel de klacht bevat dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden, zal de Hoge Raad gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026.