ECLI:NL:HR:2026:754 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00590 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2025, nummer 22-001623-24, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de verdachte.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:754 · Hoge Raad: HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00590 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2025, nummer 22-001623-24, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de verdachte.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/00590 Datum 12 mei 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 februari 2025, nummer 22-001623-24, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.R. Mantz bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. Namens de [benadeelde] heeft de advocaat M.P. de Klerk bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de verdachte is voorgesteld 2.1 Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde. 2.2 Het in de namens de verdachte ingediende schriftuur voorgestelde cassatiemiddel – voor zover dat kan worden aangemerkt als een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen – kan niet tot cassatie leiden. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
3. Beoordeling van het cassatiemiddel dat namens de benadeelde partij is voorgesteld De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren F. Posthumus en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2026.