ECLI:NL:HR:2026:738 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02745 Datum 1 mei 2026 ARREST in de zaak van GEMEENTE [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juli 2025, nr. BK-ARN 24/544, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 22/1405) betreffende het door belanghebbende afgedragen bedrag aan loonheffingen over het tijdvak januari 2021.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:738 · Hoge Raad: BK-ARN 24/544, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 22/1405) betreffende het door belanghebbende afgedragen bedrag aan loonheffingen over het tijdvak januari 2021.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/02745 Datum 1 mei 2026 ARREST in de zaak van GEMEENTE [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 juli 2025, nr. BK-ARN 24/544, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 22/1405) betreffende het door belanghebbende afgedragen bedrag aan loonheffingen over het tijdvak januari 2021.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door R. Bosma, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026. ECLI:NL:GHARL:2025:4108. Vgl. HR 23 januari 2026, ECLI:NL:HR:2026:25, en HR 1 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:660.