ECLI:NL:HR:2026:682 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02681 Datum 17 april 2026 BESCHIKKING In de zaak van [de vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: de vrouw, advocaat: J.E. Strengholt-Geitenbeek, tegen [de man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, hierna: de man, advocaat: M.E. Bruning, en de belanghebbende [belanghebbende], wonende te [woonplaats], niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak C/09/651505 FA RK 23-5488 van de rechtbank Den Haag van 19 december 2023; b. de beschikking in de zaak 200.339.780/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 mei 2025. De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De man heeft een verweerschrift tot referte ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:682 · Hoge Raad: De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/02681 Datum 17 april 2026 BESCHIKKING In de zaak van [de vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: de vrouw, advocaat: J.E. Strengholt-Geitenbeek, tegen [de man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, hierna: de man, advocaat: M.E. Bruning, en de belanghebbende [belanghebbende], wonende te [woonplaats], niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de beschikking in de zaak C/09/651505 FA RK 23-5488 van de rechtbank Den Haag van 19 december 2023; b. de beschikking in de zaak 200.339.780/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 mei 2025. De vrouw heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. De man heeft een verweerschrift tot referte ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal L.M. Coenraad strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.