ECLI:NL:HR:2026:663 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/04369 Datum 17 april 2026 BESCHIKKING In de zaak van [betrokkene], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: G.E.M. Later, tegen DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND, VERWEERDER in cassatie, hierna: de officier van justitie, niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naarde beschikking in de zaak C/19/153541 / FA RK 25-2176 van de rechtbank Noord-Nederland van 14 oktober 2025. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:663 · Hoge Raad: De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.
Full text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN CIVIELE KAMER Nummer 25/04369 Datum 17 april 2026 BESCHIKKING In de zaak van [betrokkene], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, hierna: betrokkene, advocaat: G.E.M. Later, tegen DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT NOORD-NEDERLAND, VERWEERDER in cassatie, hierna: de officier van justitie, niet verschenen. 1Procesverloop Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naarde beschikking in de zaak C/19/153541 / FA RK 25-2176 van de rechtbank Noord-Nederland van 14 oktober 2025. Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 april 2026.