Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:618 ECLI:NL:HR:2026:618 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:618 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:618
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/04274 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 15 juli 2025, nrs. 25/260, 25/261 en 25/262, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2017 tot en met 2019 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:618 · Hoge Raad: 25/260, 25/261 en 25/262, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2017 tot en met 2019 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:2024:1182
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 23/04810 Datum 13 september 2024 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE Amsterdam op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2023, nr. 22/02338, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. AMS 22/685) betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
ECLI:NL:GHDHA:2023:2026
GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummers BK-23/00091 tot en met BK-23/00093 Uitspraak van 4 oktober 2023 in het geding tussen: [X] te [Z] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur, (vertegenwoordiger: […] ) op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 22 december 2022, nummers SGR 20/1251, SGR 20/4100 en SGR 21/4512. Procesverloop 2017 1.1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2017 een aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 50.431 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 29.105 (de aanslag 2017).
ECLI:NL:GHAMS:2025:1956
bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 25/04274 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN, vertegenwoordigd door [P], op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 15 juli 2025, nrs. 25/260, 25/261 en 25/262, betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2017 tot en met 2019 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1182, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 4 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2026, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van het arrest.

2Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend. 3Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie). 4Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 5Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026. ECLI:NL:GHAMS:2025:1956.