Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:610 ECLI:NL:HR:2026:610 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:610 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:610
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/00705 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTELVEEN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 december 2023, nrs. 22/2543 tot en met 22/2547, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nrs. AMS 20/6386 tot en met AMS 20/6389 en nr. AMS 20/6390).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:610 · Hoge Raad: 22/2543 tot en met 22/2547, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nrs. AMS 20/6386 tot en met AMS 20/6389 en nr. AMS 20/6390).

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:GHAMS:2023:3772
GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerken 22/2543 tot en met 22/2547 21 december 2023 uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] , wonende te [Z] , belanghebbende, tegen de uitspraken van 9 november 2022 in de zaken met kenmerken AMS 20/6386 tot en met AMS 20/6389 en de zaak met het kenmerk AMS 20/6390 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente [Z], de heffingsambtenaar. 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende aanslagen “vastrecht onderhoud” voor de jaren 2015 tot en met 2019 opgelegd. 1.2.
ECLI:NL:HR:2026:522
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN VIERDE KAMER Nummer 25/03569 Datum 27 maart 2026 BESLISSING in de zaak van [verzoeker] te [plaats] (hierna: verzoeker) betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking van de hierna te noemen leden van de Hoge Raad. 1De procedure 1.1 Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaken die bij de belastingkamer van de Hoge Raad zijn ingeschreven onder nummers 24/00705 en 24/00708. Bij bericht van 25 september 2025 is aan verzoeker meegedeeld dat op 3 oktober 2025 in de hiervoor genoemde zaken uitspraak zal worden gedaan.
ECLI:NL:HR:2025:1974
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN VIERDE KAMER Nummer 25/04380 Datum 19 december 2025 BESLISSING in de zaak van [verzoeker] te [plaats] (hierna: verzoeker) betreffende het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking van de hierna te noemen leden van de Hoge Raad. 1De procedure 1.1 Verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld in de zaken die bij de belastingkamer van de Hoge Raad zijn ingeschreven onder de nummers 24/00705 en 24/00708. Bij berichten van 25 september 2025 is aan verzoeker meegedeeld dat op 3 oktober 2025 in de hiervoor genoemde zaken uitspraak zal worden gedaan.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/00705 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) tegen het COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE AMSTELVEEN op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 december 2023, nrs. 22/2543 tot en met 22/2547, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nrs. AMS 20/6386 tot en met AMS 20/6389 en nr. AMS 20/6390).

1Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Na het verstrijken van de voor de motivering van het beroep in cassatie gestelde termijn heeft belanghebbende een aantal geschriften ingediend. Op deze stukken slaat de Hoge Raad geen acht. Belanghebbende heeft verzoeken om wraking ingediend, die niet zijn toegewezen.

2Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026. ECLI:NL:GHAMS:2023:3772. HR 27 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:522 en HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1974.