ECLI:NL:HR:2026:603 · Hoge Raad
Legislator summary
AI generatedHOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/03952 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6 september 2024, nr. AMS 23/3368, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 14 maart 2024 betreffende het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen een beschikking om een dwangsom wegens het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:HR:2026:603 · Hoge Raad: AMS 23/3368, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 14 maart 2024 betreffende het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen een beschikking om een dwangsom wegens het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
Cited Case Law
AI generatedFull text
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN BELASTINGKAMER Nummer 24/03952 Datum 10 april 2026 ARREST in de zaak van [X] (hierna: belanghebbende) op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6 september 2024, nr. AMS 23/3368, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 14 maart 2024 betreffende het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen een beschikking om een dwangsom wegens het niet-tijdig beslissen op het bezwaar tegen een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door N.G.A. Voorbach, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beroep in cassatie ingesteld.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3Proceskosten De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. 4Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026. Vgl. ECLI:NL:HR:2026:492.