Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2026:598 ECLI:NL:HR:2026:598 AI generated

ECLI:NL:HR:2026:598 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2026:598
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04882 Datum 14 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 augustus 2022, nummer 20-001300-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2026:598 · Hoge Raad: Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1 In artikel 432 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is bepaald dat het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak als zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. 2.2 De procesgang in deze zaak is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.1.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 23/04882 Datum 14 april 2026 ARREST op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 augustus 2022, nummer 20-001300-21, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991, hierna: de verdachte.

1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep. 2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep 2.1 In artikel 432 lid 1, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is bepaald dat het cassatieberoep moet worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak als zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was. 2.2 De procesgang in deze zaak is weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.1.

Daaruit moet worden afgeleid dat de verdachte met de dag van de terechtzitting van het hof van 27 juli 2022 tevoren bekend was. Daarom had op grond van artikel 432 lid 1, aanhef en onder c, Sv het cassatieberoep moeten worden ingesteld binnen veertien dagen na de einduitspraak van het hof van 10 augustus 2022. Het beroep is echter pas ingesteld op 13 december 2023. Dit brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen. 3Beslissing De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.

Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.